HomeEenige beschouwingen over het ontwerp van wet op den in-, uit- en doorvoer en over de belangen der Oostindische bezittingenPagina 71

JPEG (Deze pagina), 790.54 KB

TIFF (Deze pagina), 8.14 MB

PDF (Volledig document), 61.05 MB

(37
het buitenland to kunnen vervoeren, dewijl het buitcndien
, met geen voordeel weder naar elders te vervoeren is ; geschiedt
‘ dit dns niet, dan blijft het ingevoerde hier opgehoopt, de
verdere invoeren worden gestaakt, en hetgeen eenmaal hier is,
zal of met verlies weder worden uitgevoerd, of door ons
Z zelven binnen ’s lands moeten worden verbruikt.
l Nog werd gehoord, dat de katoen door ons naar Zwitser-
j land gezonden wordt, om die van daar gefabriceerd terug te
j ontvangen, en alzoo naar onze Oost-Indische bezittingen te
l worden vervoerd. Onze markt, om met den uitvoer van de
katoen naar vrijen wil te handelen, is dus hier niet,
en welligt zijn gemis aan bescherming, en hooge lasten op
onze industrie drukkende, ten deele de oorzaken dat wij aldus
gedwongen zijn aan Zwitserland eijnsbaar te wezen; even
zoo kunnen nog andere takken aan dezelfde oorzaken haar gemis
hier te lande te wijten hebben.
j lliat het reeiprooiteits systeem aangaat, dit is volkomen on-
Z geschikt, als rustende met betrekking tot eigen nijverheid
j op minder goede grondslagen, vooral voor ons land, waar
l de belastingen méér zijn en het levensbeginsel der nijverheid
l (steenkolen) van de vreemden moeten verkregen worden. Yliant
l naar da.t systeem zouden wij kunnen omringd blijven zoo als
het nu is, van verbodswetten der naburen, terwijl ieder van
hen eene overeenkomst van reciproeiteit zoude kunnen sluiten
in zoodanig of zoodanige artikel of artikelen, waarvan deze
l nabuur de zekerheid heeft boven ons vooruit te zi_jn. Aldus
l g .. .
j zoude de eene staat deze, de andere gene tak van nijverheid
bij ons kunnen dooden, en hierdoor onze geheele nijverheid
meer en meer kunnen verlammen, dewijl de nijverheidstakken
ook elkander ondersteunen. llrij behoeven dus niet stil te
staan bij de misbruiken, die andere staten van het aan den
l eenen verleende 1·eeiprooiteitsvoorregt zouden kunnen maken,
dewijl het op zich zelf genoegzaa.m is om immer te worden
gevreesd, gelijk staande met volkomen vernietiging der betrok-
l ken iiulustrietakken, enz.
l 5
t
l