HomeEenige beschouwingen over het ontwerp van wet op den in-, uit- en doorvoer en over de belangen der Oostindische bezittingenPagina 68

JPEG (Deze pagina), 790.38 KB

TIFF (Deze pagina), 8.13 MB

PDF (Volledig document), 61.05 MB

? ?
{
V (St I .
j zoodanig groot huisgezin, en wanneer dit jirineijue nu of later
mogt worden gevolgd, zal het gevolg daaraan volkomen gelijk
ä zijn. Indien wij eens voor een oogenblik stellen wilden, dat
de koojxhandel hoofdzakelijk leven en bloeijen moest, om als
woekerplant van eigen welvaren, ten koste van het algemeen
en geheel inwendig welzijn leven moest en leven konde:
gesteld eens men verdrong hier alle nijverheid uit het land, - T
da.n zonden alle onze landjurodueten, voor zooverre die den
buitenlander als grondstof dienen kunnen, worden uitgevoerd,
om na in het buitenland bewerkt te zijn, weder ingevoerd te l
worden, zoo als wij met sommige takken van nijverheid reeds
op dat verheven standjmnt gekomen zijn , en wat zijn daarvan de
gevolgen? De locale waarde der grondstoffen (landbouwprodueten) T
vermindert, de landman ontvangt dus minder geld, de waarde
jju van het land neemt in diezelfde verhouding af, om ten slotte j ‘
niet dan eenen, in verhouding tot andere rijken ver-
jl, j armden, en steeds armer word.enden landbouw over te houden: j j
jj alle andere fabriekstakken verder worden gedood, en het geheele
jij nationale vermogen wordt uitgezogen. Ten believe van? Ten j
j koste van vele millioenen sehats, die wij op iedere sehrede j
daarvan, aan den vreemdeling moeten betalen. j~
Doch ofschoon de koophandel op dat terrein, als woeker- 'T
plant, hierdoor eenigen meerderen handel doet, verliest zij i
eehter op andere wijzen oneindig veel meer. De eenige voort-
levende, nimmer stervende, en steeds grooter wordende ge-
zonde tak van koojihandel en seheej>vaart, bloeit op den stam,
Z of wilt , op den immer in groeikraeht toenemenden bodem
van eigen industrie, die al naarmate zij meer wordt gemest en
j verzorgd, steeds vruehtbaarder wordt, en men kan aannemen r
l dat in dezelfde verhouding dat de koophandel als woekerplant
j toeneemt, zij honderdvoudig op andere wijzen verliest, en toe-
jl nemend zal blijven verliezen, totdat- zij eindelijk met den stam
zelven, waarop zij als woekerjxlant voortleeft, of allengs haar leven
zal voortslepen, voor goed met dezen stam zelven, hare laatste
j teekenen van alle leven verliest. jj
l
2 ll
, w
‘ l
2 J
? t
j Y
ï