HomeEenige beschouwingen over het ontwerp van wet op den in-, uit- en doorvoer en over de belangen der Oostindische bezittingenPagina 58

JPEG (Deze pagina), 759.53 KB

TIFF (Deze pagina), 8.24 MB

PDF (Volledig document), 61.05 MB

E l*
i
i l
«
ïe v · !
j
fz S
roepen en daardoor alleen den maatstaf der graanprijzen en
j andere landbonwjirodueten regelen. - Mogt men dit betwijfelen,
geloof het dan niet. -- lk vraag geen geloof, ziet de feiten
en erkent die.
llet is dus buiten de magt van eenige wetgeving gelegen om i
middelen te beramen die den bloei van den landbouw verzekeren.
t ltijke oogsten deden de graanprijzen dalen, ondanks de bestaan
il . . ­ .
iï hebbende beschermende wetten, en dikwerf waren het de voor
E den landman ongelukkige jaren, wanneer door schrale oogsten ·
de hoogste graanprijzen in het leven werden geroepen, ondanks
de grootste vrijgevigheid, terwijl men de laagste graanprijzen en
l die der landerijen vindt in de laatste tijdvakken der bescherming.
Het welvaren van den landbouw hangt dus in de eerste en
eenige plaats af van hoogere niagt, van geene menschelijke
j wetgeving.
lg Yraagt men: heeft de landbouw aanspraak en behoefte aan
bescherming, al ware het mogelijk zijn’ bloei daardoor
j ­ te verzekeren, immers neen! Waardoor toch steeg de waarde .
der landerijen, juist zonder bescherming, tot hare driedubbele
_ waarde binnen den tijd van een geslacht ; en zou het dan goed
zijn ondersteuning te verleenen, daar waar die niet gevorderd I
wordt, en wat meer zegt, waar die toch niet aan het doel ,
zoude kunnen doen beantwoorden? Maar bovendien, gesteld `
l eens dat het onmogelijke mogelijk ware, dan zoude men
den landbouw meer dan eenigen anderen nijverheidstak tot rust
doen komen, die haar misschien meer nadeel doen zoude dan alle
j bescherming, of is dezelve niet voor, welligt nu nog onbegrijpe-
‘ lijke, verbeteringen vatbaar?
j Maar gesteld eens dat men het on ware staande hield,
j namelijk dat de landbouw moet en kan beschermd worden,
om hem te behouden, en dat men vreezen moest, wanneer dit
l nagelaten werd, die te zien vervallen, welnu, dat men het
l dan in overweging neme, en zoodra men dit noodig acht,
zoodra de staathnishondknnde er de mogelijkheid voor aanwijst,
i uit v oere.
Y
l
e
1
‘l
d ,I