HomeEenige beschouwingen over het ontwerp van wet op den in-, uit- en doorvoer en over de belangen der Oostindische bezittingenPagina 55

JPEG (Deze pagina), 790.67 KB

TIFF (Deze pagina), 8.17 MB

PDF (Volledig document), 61.05 MB

‘l
' 5l
teehniseh gebied deden daarin geene vermindering ontstaan, en de
waarde der jirodueten van zaden werd 11iet in verhouding er door
verhoogd. Ook heeft het continent lagere arbeidsloonen dan Enge-
. land. Om nu deze aanzienlijke kaj>italen der aangevoerde zaden te
gelde te maken, wil Engeland het. eentinent de hand reiken,
en laat de invoeren dier olie vrij, deels doordien zij daardoor
4 eene zekere rigting om het de oliezaden te ont11en1e11, onder-
j steunt, en ook omdat de wederinvoeren naar Engeland toeh
met beduidende kosten vergezeld zijn, dewijl bovendien de En-
j gelsehe fabriekant genoegzaam voordeel boven den vreemde heeft,
I die de kosten van eerst de zaden van daar, daarna de olie
{ weder er heen te zenden, dragen moet, zoodat, niettegenstaaiide
de hoogere arbeidsloonen in Engeland die fabriekant toch
doorgaans de olie (lijn-) goedkooper dan het continent en in loco
leveren kan, dan de elders wonende fabriekant dit doen kan.
Er zijn dus geheel bijzondere redenen waarom Engeland
ten deze excejitionneel handelt. Zijn tarief van in- en uit-
gaande regten, benevens dat van Frankrijk, Belgie, het
§ Duitsehe Tolverbond, in één woord allen volgen feitelijk
j het bepaald systeem van bescherming, meer nog dan in ons
* en vigueur zijnde tarief, en in bepaalde tegenstelling van
het systeem, in het nieuw voorgesteld Nederlandsch tarief ge-
hul digd.
l Ook is er geen staat die aan zijne entrepöts geene belang-
rijke uitbreiding geeft, en ofschoon dit ter vergeniakkelijking
van den koophandel en de sel1eej>vaart geschiedt, dus ter be-
vordering van eigen nijverheid, zoo voeren eehter deze ko-
lossale uitbreidingen tevens hoofdzakelijk het kenmerk, dat
beschermende regten immer eene behoefte blijven zullen. Be-
stonden er geene beschermende regten, de entrepöts waren
l onnoodig, deed zich dit in de toekoinst verwaehten, men zou die
niet door ontzettende uitbreidingen en belangrijke kosten als het
t ware vereeuwigen. En zullen wij dan, als Europa zoo handelt,
anders durven handelen, en ons door een zoo verlaagd inko-
mend regt, dat gelijk staat niet het gemis van alle bescherming,
[ ’t‘
l
l
a