HomeEenige beschouwingen over het ontwerp van wet op den in-, uit- en doorvoer en over de belangen der Oostindische bezittingenPagina 41

JPEG (Deze pagina), 781.21 KB

TIFF (Deze pagina), 8.17 MB

PDF (Volledig document), 61.05 MB

I I III
iI
al
37
huldigt die; aeht die ook voor volgende tijden eene per-
I pótueelc, eerste voorwaarde.
I
I 11. Bladz. 18, reg. 33.
De hiervan bestaande statistieke opgaven zijn (voor zoo verre mij be-
kend) in verre na niet zoo volledig, als die welke onze betrekking tot
het buitenland aanwijzen; hoezeer deze hoog te achten zijn, ware
het toch niet minder noodzakelijk, zelfs bovenal noodzakelijk,
I dat men die even zoo, en tot in deszelfs kleinste bijzonderheden
i gedetailleerd, ook over onze eigene nijverheid inwendig aantrof;
I niet omdat men aan die cijfers op zich zelve iets hebben zou, veel
min om die cijfers te doen dienen tot het meer productief toepassen
der bestaande belastingen op de nijverheid, noch tot in het leven roepen
I van nieuwe, deze betreffende, dewijl zij bij iedere schrede van voor-
I uitgang uit zich, en van zich zelve genoegzame vruchten afwerpt,
en alle belasting die meer of min ondermijnt, maar alleen om door
deze cijfers, kennis der zaken te verkrijgen, en alzoo tot het doel,
de ontwikkeling van eigene nijverheid, de geschikste middelen op te
sporen.
Blijkens mij later vereerdc mondelinge inededeeling, was het getal
der windmolens enz. wat te ruim genomen, doch het getal der
stoom-olieslagerijen in ons land veel grooter, en wel 105.
12. Bladz. 19, reg. 25.
Gedurende de 5 jaren van 1852-1856 heeft de uitvoer der olie
l van rond en plat zaad, den invoer overtroIl`en nn·t ruim _/' 6,+56,000.
Men zoude kunnen vragen:
Indien de olieslagerij zich nu in staat gevoelt en is (blijkens de
veel belangrijker uitvoer der olie van rond en plat zaad boven den
invoer) om met het buitenland te kunnen concurereu, waarom zoude
zij het dan niet zonder eenige bescherming doen kunnen?
Het antwoord is, dat de olieslagerij hoofdzakelijk van de con-
sumptie, eigen gebruik bestaat, en dat de Iüuropesehe marktprijzen
niet altijd gelijken tred houden, waardoor zich nu en dan tijden voor-
doen, dat van hier naar buiten kan getrokken worden, welke bijzondere
gelegenheden genoegzaam zijn, om onze overproductie af te zetten.
Ik heb de statistiek niet geraadpleegd, maar vermoedelijk zal
het wel verre beneden de 10 percent zijn dat er wordt uitgevoerd,
van hetgeen er gemaakt wordt, misschien geen vijf percent.
3*

I
I