HomeEenige beschouwingen over het ontwerp van wet op den in-, uit- en doorvoer en over de belangen der Oostindische bezittingenPagina 36

JPEG (Deze pagina), 766.72 KB

TIFF (Deze pagina), 8.12 MB

PDF (Volledig document), 61.05 MB

jj Y Y -Y-..~` -V-` _ Y { Y .
i` 6
l t
H .
l l
i gg A
E ' " t
il
p solide, die men niet mag wensehen, dat zoude ophouden te bestaan, i.
t eu ook niet zoude kunnen ophetl`en, dewijl deze handel ten eerste
t eerlijk, ten tweede eene direete behoette is, en dat alleen het. mis- .
j bruik dat van dezen handel gemaakt wordt, die tot eenen wind-
handel (dobbelspel) verlaagt. Zien wij den handel in vette zaden. De
tiibriekant. koopt. die van den koopman, ten behoeve van zijne fabriek, j
j om die op lateren termijn te ontvangen; hij koopt die omdat hij anders i
i gevaar loopt. de voor zijne fabriek benoodigde hoeveelheid zaden niet f
; te zullen kunnen verkrijgen, dewijl in deze op de hulp van het buiten- l
land bepaald moet worden gerekend. lle koopman welke hein dezen j
j koop aanbiedt, etleetueert zijne orders naar buiten en handelt dus E
j_ mede op goede grondslagen, neemt selieepsgelegenheid aan, enz. Het
is onversehillig ot` deze twee personen al of niet in een persoon worden
vertegenwoordigd. Hierdoor ontstaat nu weder op dezelfde wijze en
op gelijke goede grondslagen de oliehandel op termijn. lle tabriekant
kans ziende de olie van het op zekeren termijn te ontvangen gekochte
zaad, met. genoegzaam voordeel te verkoopen, brengt deze olie, op li
lateren termijn te leveren, aan de markt. De fabriekant, zeepzieder, i
speeulant, eonsument ot` bnitenlandsehe order nemen als koopers deze
olie at`: en zietdaar weder eenen eerlijken handel, al weder door be-
hoet`ten geboren, en die daarom ook vermoedelijk zeker blijven zal. M
Wordt deze zaad- en oliehandel nu door handelsspel gedreven
i en tot windhandel en dobbelspel vernederd, dan houdt die op solide
te zijn, en toeh kan men door geen kemnerkend teeken ii. priori die Q
van den degelijken handel onderscheiden, en hij is daardoor ook niet
te weren.
läepalen wij ons nu eens bij de olie, omdat die hier bepaald is
aangewezen. ilen wil dat wanneer het ontwerp van Wiet is aange-
nomen de lagere inkomende regten op de olie, dezen handel tnuiken
zullen.
Verbeeldt u, in dezen handel heett men, even als in iederen han-
del, innner twee partijen, kooper (liethebber), verkooper (eontramineur)
tegen elkander over. De kooper (windhandelaar) hoopt zich later de
_ gelegenheid gegeven te zien, de marktprijzen op te drijven, ten einde
als dan het in den wind gekochte, met groot voordeel weder at` te
zetten.
lle verkooper (windhandelaar) hoopt op en streeft naar het tegen-
deel. lïeiden zijn nu eenigzins beperkt, en is dus deze handel be-
t perkt (immers eenigzius) doordien er nu nog alleen hoofdzakelijk door