HomeEenige beschouwingen over het ontwerp van wet op den in-, uit- en doorvoer en over de belangen der Oostindische bezittingenPagina 29

JPEG (Deze pagina), 763.35 KB

TIFF (Deze pagina), 8.07 MB

PDF (Volledig document), 61.05 MB

25
zij behooren te zijn, wil men dat de koloniale nijverheid voor het
i moederland niet verloren ga, dan moeten de koloniale producten in
het moederland eenig rendement doen verblijven, het moederland zijn
gepasseerd; dit rendement gaat verloren in eene regte reden tot het-
geen directelijk van daar naar den vreemde gaat, en dit reci-
proque niet te verkrijgen, dan behoude men wat men heeft.
Meent men echter dat het goed is eenigen afstand te doen, welnu:
dat de daarmede bevoorregt wordende tde grondbezitter en de ·
vreemde) dit dan aa.n het moederland betale, of zoodanige voor-
‘ regten verleene, als daaraan wederkeerig kunnen worden gelijk geacht.
` Het is waar, men kan een toestand denken, waarin men, zonder
van een hunner eenige billijke vergoeding te hebben kunnen verkrij­
gen, toch gedwongen wordt in het belang van het 1noe<lerland zelf
eenige concessien te verleenen, ten einde die langs een anderen weg,
en ondanks de begunstigd wordende weder ruimer terug te erlan­
gen; doch dan moeten er cijfers zijn, die het aansehouwelijk maken
ze. hoeveel het moederland aan de eene zijde opofferen zal, en
6. hoeveel het langs een anderen weg op zekere grondslagen rusten-
de, vermoedelijk zeker weder zal worden gebaat; want rusten deze _
beschouwingen slechts op bloote theorien, bespiegelingen, enz. e11
niet op cijfers, dan ontstaan daardoor ligtelijk illusien, die nimmer
feitelijk zullen worden bevestigd, en waarvan ten slotte 11iets rest,
dan de nadeelen, die het moederland zeker lijden zal, zonder wel-
ligt ooit er van terug te kunnen komen, wanneer het eenmaal van
1 zijne regten geheel of ten deele afstand gedaan heeft.
i Dat 111Cll in der tijd, toen ook onze Oost-Indische koloniën een
lastpost schenen te zullen worden, naar nieuwe middelen omzag om
dien staat van zaken te veranderen, is natuurlijk; maar dat men nu
de vruchten dier opohferingen zoo ongedwongen aan gewaagde proetï
nemingen zou durven prijsgeven, laat zich niet begrijpen; want het
kan toch het moederland niet genoeg zijn dat de koloniën bloeijeu,
maar het vordert, dat zij ook voor Nederland bloeijen en blijven
bloeijen.
Yant daarvan hangt 11iet meer e11 niet minder geheel of ten deele
het geheele tinaneieeel bestaan van Xederland af; en waartoe dit
leiden kan, leert de geschiedenis en zouden wij dit onnoodig wagen
en aan theorien en illusiën prijs geven, alleen om wat nieuws te
beproeven, ten einde tot een ingebeeld geluk te leiden?
l
»
i