HomeEenige beschouwingen over het ontwerp van wet op den in-, uit- en doorvoer en over de belangen der Oostindische bezittingenPagina 13

JPEG (Deze pagina), 778.79 KB

TIFF (Deze pagina), 7.96 MB

PDF (Volledig document), 61.05 MB

S!
buren, terwijl de in dezen lofwaardigen naijver van Belgie -
l wel eens door onze overige naburen niet meer sjnipathie voorge-
trokken - door ijzeren armen meer broederlijk met het hart van
Europa verbonden, reeds naar de kroon der overwinning jaagt.
Vraagt naar bewijzen, welnu! reeds voor vele jaren was
j het geta.l der buitenlandsche agenten te Antwerpen, grooter
l dan bij ons te Amsterdam en Rotterdam bijeen genomen,
i en ware mij den tijd en de bronnen, welke de handelsstatistiek
zoude kunnen geven, of behoorde tc kunnen geven, verleend,
ik zoude vermoedelijk meer en krachtiger bewijzen kunnen
bijbrengen, alligt dat wij in deze reeds in sommige zaken de
vlag voor België strijken.
Het genoemde bewijst reeds genoeg, om ons tech niet te veel te
verlaten, op eenen stand van zaken, wel door onze geographi-
sche ligging tot onze naburen, ons behoorende, doch die meer
van hunne goedwilligheid jegens o11s afhankelijk is, en
daar door ons grootelijks slechts is verleend.
En hoe streeft Belgie tot dit doel, namentlijk, de ontwik-
keling van den commissie- en transito-handel bij zich zelf?
Zonder eenige opoitering van eigen industrie!
llet is bekend, dat Belgie reeds ten tijde, toen wij nog niet
hetzelve vereenigd waren, zich daartoe belangrijk deed gelden,
l en sedert de scheiding van ons, op dat spoor meer vrijelijk
W konde voortgaan; toen hoorde men weleens, ,, ja, de strijd
tusschen ons en Belgie is natuurlijk: het is een land van
industrie, het onze van koophandel.”
Men verwarde dus denkbeelden, daardoor dc woorden; de
oppervlakkige beschouwer verkreeg eene verkeerde voorstelling
van zaken; men deed dus, aldus dwalende, dwalend oordeel
_ vellen, besluiten. België deed 11iet anders dan eigen zijn
boven geleend zijn, te achten.
lin vraagt men: hoe gedraagt dan België zich jegens het
. läuitenland? - Aan de eene zijde zoo vrijgevig mogelijk, als
slechts dienen kan, om in zekeren zin een stapelplaats te kun-
nen worden; - aan de andere zijde, niet de scherpste naauw­