HomeEenige beschouwingen over het ontwerp van wet op den in-, uit- en doorvoer en over de belangen der Oostindische bezittingenPagina 12

JPEG (Deze pagina), 750.03 KB

TIFF (Deze pagina), 7.96 MB

PDF (Volledig document), 61.05 MB

I
I * ‘
S
Staat men dus de seheejivaart van vreemdelingen daar voor-
regten toe, dan doet. men hiermede afstand van een eigendoms­ I
regt, met- zooveel volharding, bloed en millioenen sehats door
onze voorvaderen verkregen, en waarvoor de vreemdeling ons
voor geen penning naijverig zijn zoude, wanneer dit sleeht. ware
uitgevallen. Nu, nu dit gunstig, hoogst gunstig is uitgekomen, j
I nu is men natuurlijk niet ongenegen, eenige ojiolleringen te I
doen, de kans is te schoon enz. Neen! op deze wijze ons de I
Oost ontnomen te zien, gaat niet. Dan bezwijke zij liever of
ga voor ons verloren door het regt, van den sterke; en de God
I van Nederland zal dan, zoo lang eerlijkheid, goede trouw en
I nederigheid hier nog eenige plaats vinden, ook dan nog, met
Nederland zijn, het met zijnen zegen behoeden.
I ln liet voorgaande ligt; van zelve ojigesloten, hoezeer het dus
noodig is, dat aan eigen industrie de grootste zorg gewijd worde,
j en dat; besehonwingen, waarin deze worden gemist, ol niet ge-
noegzaam gewaardeerd, tot verkeerde gevolgtrekkingen leiden, en
deze weder tot verkeerde handelingen (3).
I Zoo zoude men soms met de meening van volkswelvaart te
bevorderen, de takken van den boom kunnen verwijderen, ten
einde die des te beter te doen bloeijen.
ln een en ander ligt echter niet opgesloten, dat men de
voordeelen zoude voorbijzien, welke de ligging van ons land I
voor de commissie- en transitohandel aanbiedt; ook deze moet I
men met alle vermogen trachten te ondersteunen, en zoo mogelijk
van alle onnoodige belemmeringen onthelt`en.
Doch hoe gewigtig men dezen handel aehten moge, is echter
deszelfs invloed op de algemeene welvaart; te gering, dan dat
dezelve bij eerstgenoemden in aanmerking komen kan, en dus
veel minder, dat men eigen nijverheid daardoor in het minste
mag benadeelen (en als een natuurlijk gevolg) daaraan opolleren.
lnnners de commissie- en transitohandel enz. is van eenen te
wisselvalligen aard, veelal geheel of grootelijks afhankelijk van
I handelstractaten; soms even willekeurig veranderd als opgezegd,
I al naar den meer of minder goeden luim, vooral onzer na-
_;
I