HomeEenige beschouwingen over het kadasterPagina 8

JPEG (Deze pagina), 851.76 KB

TIFF (Deze pagina), 7.41 MB

PDF (Volledig document), 19.35 MB

6
Aan deze tenaamstelling toch zijn van af de daarstelling van
het kadaster, tot heden de meest mogelijke zorgen besteed door de
administratie en mogen inderdaad de tegenwoordige instructiën op
dit punt uitmuntend genoemd worden; alleen de nalatigheid en on-
verschilligheid der eigenaren zelve, zijn in- [Zen regel oorzaak dat die
tenaamstelling niet méér volmaakt is.
Vlat betreft de vlaivfemcmt, als gremlsiczg voor de grerzrlöemstéezg,
geloof ik, dat het tegenwoordige kadaster, vrij voldoende is.
Daargelaten dat eene bepaald materieele fout oorzaak kan zijn,
dat de grootte van eenig perceel onnaauwkeurig is aangewezen, kan
overigens de minder groote naauwkeurigheid van ’t geheele plan of
de, tot in ’t minutiense minder juist gecarteerde vorm van eenig
perceel, niet gerekend worden een deáeeïveezemleoz invloed uit te oefenen
op de som die werkelijk aan belasting wordt betaald. Van het be-
lastbaar inkomen immers worden slechts eenige gaereeeztem aan öelasáiezg
l betaald ; een gering verschil in de grootte der perceelen kan dan
j ook in de meeste gevallen een verschil van slechts een cent of een
' klein getal centen in werkelijkie öelasámg veroorzaken.
j Van werkelijk en méér ingrijpend belang is de klassering, met
t andere woorden de onderlinge vergelgkiozg van de perceelen wat waarde
productie betreft en deze mag inderdaad vieieus genoemd worden.
Die klassering toch, geschiedde vóór ruim 40 jaren en hoe
talloos vele veranderingen, ook voor 9/10 verbeteringen, hebben de
gronden, van welken aard ook, in ons land in dien tijd niet onder-
gaan; hoe enorm zijn niet de prijzen en waarden dier gronden ge- '­
stegen, in ’t bijzonder in die localiteiten waar aanleg van spoor- en
andere wegen, kanalen, toenemende uitbreiding van steden en dorpen,
W cultuurveranderingen en zoo veel andere omstandigheden, eenen ge-
heelen ommekeer in de waarde en waardeverhouding van gelijksoor-
tige en ongelijksoortige terreinen te weeg bragt en waar alzoo thans
onevenredigheid bestaat in de opbrengst van öelastéezg, die toch gere- j
geld is naar den toestand van voor 40 jaren. I
Eene gaewéedéete áerzieaivzg van de öelaszfáaze epöreezgsá der grond-
eigendommen zal wel het eenige middel geacht mogen worden om de j
hier gewenschte evenredigheid te verkrijgen; ik deel het gevoelen
X _, VL