HomeEenige beschouwingen over het kadasterPagina 22

JPEG (Deze pagina), 797.98 KB

TIFF (Deze pagina), 7.48 MB

PDF (Volledig document), 19.35 MB

F
20
ls aansluiting der plans van twee of meer gemeenten noodig,
dan zouden de scheidingen, die op de betrokken plans voorkomen,
het beoogde doel vrij voldoende bevorderen.
De schaal van 1 à 2000 in den regel en die van 1 à 1000 en
1 à 500 voor ontwikkelingen van sterk geperceleerde terreinen, komt ~
mij uitmuntend voor, even als de aanduiding van den aard der schei­ _
dingen door de in de bestaande voorschriften aangewezen teekens. z
_­~­. l
l
Minder geschikt acht ik de ctfscáeiclizzg der Meulen door de ii
z. g. ruitlijnen ik betreur die bepaling ten zeerste en acht ze hoogst
. nadeelig voor het zoo belangrijk onderdeel van het plan: de juiste
l aanwijzing namelijk van ieder perceel.
Het is mij méér dan voldoende gebleken, dat, ook bij de uiterste
j _ zorg voor carteering enz., het eene onmogelijkheid is om op eene
' copie den juisten toestand te brengen of weer te geven van een per-
, i ceel dat voorkomt op 2, 3 of meer bladen; ik kan mijne meening
dienaangaande niet beter uiten dan door de mij bij voorkomende «
j gevallen beheerschende gedachte mee te deelen: awat is een perceel J
gelukkig dat in zijn gehéél op één blad voorkomt, zoo’n perceel kan L
zuiver op eene copie weêrgegeven, kan suppletoir naauwkeurig be- .
handeld worden." ,
En of men gesteendrukte of op andere wijze op de plans lf
gebragte vierkanten (z.g. ruiten) heeft, het zal, zoo schijnt het
mij toe wel ondoenlijk blijven de voor die wijze van formeering der
lj bladscheidingen zoo noodzakelijke, uiterst naauwkeurige overeenkomst
j der buitenste ruitlijnen van twee of meer bladen te verkrijgen.
Na he1·haalde proefnemingen blijf ik, -­- om genoemde niet weg
j (*) De woorden uruiiZä2zcn", nruiicn" en «n·ui!.s·yezv;)':s", hier of op volgende bladzijden
gebezigd, zijn, hoewel niet eiycniläk met betrekking tot hetgeen ze geacht worden voor te
‘ stellen, bij de kadastenambtenaren vgeijkte” woorden.
Men versta dan door ll7'2¢iMü7ZL’7L”, de lijnen (meest in blaauwen inkt op de kadastrale
plans voorkomende) die evenwijdig aan de aangenomen meridianen en perpendiculairs getrok-
ken zijn; door m·uimz" de vierkanten door de zoogenaamde ruitlijuen gevormd.
· ”4!·-kk ’ W "’_‘"`4`_“
`w.;_);`<,;Y_ 1 V gi, , .,c-. .:_T_ï_L__.;4___,,....._.r*- Y ‘*’*‘ "'Y 4”"” W/r