HomeEenige beschouwingen over het kadasterPagina 11

JPEG (Deze pagina), 715.17 KB

TIFF (Deze pagina), 7.50 MB

PDF (Volledig document), 19.35 MB

I
{ 9
30. de geheele onbekendheid tijdens de daarstelling, -- zelfs bij
Hoofdbestuur en ambtenaren, ­­- met den weg, dien men voor
de bijhouding of instandhouding diende te volgen.
(Blijkt deze bewering gedeeltelijk uit de eerste voorschriften voor i
de instandhouding gegeven, de verzekering vooral van ambtenaren, J
die de daarstelling en instandhouding beleefden, laat hieromtrent j
geen twijfel.)
$0. het gemis van wat of mqlcmeazá, dat den eigenaren verplig­
tingen oplegt ten aanzien van het kadaster , gebrek aan be- 0
langstelling der eigenaren in deze zaak, die geacht mag worden
_qeáeeZ de hunne te zijn.
c 50. de te kleine schaal waarop een groot gedeelte der plans i
werd vervaardigd.
60. de in den regel slechte, ondoelmatige inrigting van de
Zocalea, bestemd voor de bewaring der stukken en waar boven-
dien vele werkzaamheden moeten verrigt worden die ruimte `
en licht vereisehen. j
70. de vroeger al te geringe bezoldiging der ambtenaren en al
te karige tegemoetkoming in hunne reiskosten, hun al te i
weinig uitzigt op bevordering ; alle zooveel oorzaken dat geen `
enkele prikkel bestond om met den zoo noodigen, volhardenden
ijver hunne taak op te vatten.
80. dat het getal ambtenaren, belast met de instandhouding l
en het toezigt daarop, te gewlvzg is. j
‘ ä
Alvorens in algemeene, hier en daar in meer bijzondere trekken,
denkbeelden aan te geven, die naar mijne bescheiden overtuiging
zouden kunnen strekken tot verbetering van ons kadaster, wil ik
j daaraan een paar opïzzerhugewz doen voorafgaan, die naar mijne l
i meening zullen kunnen gelden, welke verbeteringen men ook aan-
brenge in den bestaanden toestand: ij
10. de waarde en deugdelijkheid van een kadastraal stelsel
hangen niet af van de theoretische gronden, de theoretische waar-
i heid van dat stelsel, maar meer van de wijze waarop en door wie j
ä dat stelsel wordt uitgevoerd.
l l
‘ F
_ .i J0