HomeDe gemeentelijke grondpolitiekPagina 35

JPEG (Deze pagina), 783.03 KB

TIFF (Deze pagina), 6.44 MB

PDF (Volledig document), 37.07 MB

t U 33
J het niet. l11tusscl1en kan dit bezwaar grootendeels worden
i opgeheven. Door de eigenaardige verhouding, die tusschen
dien eig·en.a.a.r eenerzijds C11 (lCI1 erfpaehter of opstalhouder
l an·d·e,rzi'ds bestaat, is h­et l110‘<’€ll­l{ bi uitgifte in o stal te
b b
ï beding-en --· zooals ook in de Ainsterdamsche erfpachts-
contracten gedaan wordt ­- dat het recht van den opstal-
houder zal ·ein·digen, wanneer de gemeenteraad verklaart
l dat dit om redenen van algemeen belang noodig is. Dat
j D b h
j alsdan door die gemeente aan d·en opstalhoudier schadeloos-
ä stelling (naar bij de uitgifte t·e bepalen regelen vastgesteld)
j ‘ moet worden gegeven is niet slechts een eisch van billijk-
j heid; het is een no-odwendigheid met het oog op de belan-
gen der geldsch.iet·ers, onder hypothiecair verband.
De hier bedoelde naasting, krachtens besluit van den
l r’aa·d, valt niet te vergelijken met onteigening. Een wet met al
ej den verder-en daaraan verbonden (overigens zeer nuttigen)
E on1sla<>‘, blïft l1ier achterwe<>‘e. De toe. assing van het middel
j b . O O
" is ’`i&`.l1’1lO` kostbaar en het li<>‘t slechts aan de eveniaakte
b D .O
# bepa;l1ng·en af de vaststelling van de SCll£LCl‘Cl·OOSSïClll11g al
. l . . . .. ..
j of niet moeilijk z1j.n zal.
il Dat de <>‘emee·nte <>"e.cn voordeel zou hebben van waarde-
j O D
vermeerdering van den grond, is een bezwaa.r dat moeilijk
.l . . ­ .
{ uit den weg te ruimen 1s. Niets echter belet het maken van
1 . .
ri de bepaling dat b.v. om de 25 jaren dc waarde van den
i <>‘.rond, als zoodanig, zal worden o ­¤‘e.nomen, en het den
lj b D D
§ opstalhouder opleggen van de verplichting om, ingeval van
g-eco·nstate,e.rde waardeverineerdering, een zeker percentage
t_b.v. 50 pct.) van hiet beloop daarvan, aan d·e gemeente uit
te keeren, hetzij in eens, hetzij in termijnen. l11 verband
i daarmede moet evenwel overwo¤‘en worden of d·e billi`kheid
Y D
11iet zou lT1CCl·ClI)l’C·l]gl€l1 on1 dan te bepalen dat, ingeval van
ä waardevermindering, omgekeerd, door de gernveente aan den
ë- opstalhouder, eene uitkeering moet plaats vinden; iets waartoe
j de gemeente zicl1, niet zonder bezwaar, zou kunnen ver-
; binden.
De moeielijkheid dat geene bindende bepalingen omtrent
T het bebouwen en <>‘ebruike.n van den grond Oeinaakt zouden
jj tv D D
kunnen worden, is onvoorwaardehjk van de baan. Bij de
J; uitgifte kan n1e11 alle gewenschte conditien maken, niet bc-
Jaling dat bi` overtreding het recht vervalt.
tg O O
.l
nl
l
H i
l
[