HomeDe gemeentelijke grondpolitiekPagina 33

JPEG (Deze pagina), 740.20 KB

TIFF (Deze pagina), 6.34 MB

PDF (Volledig document), 37.07 MB

l
31 i
jl vergo·eding, aan de gemeente vervallen, moeielijkheden niet
kunnen uitblijven; d.w.z. moeielijkheden voor den erfpach-
,l ter. Maar wanneer mein dit goed inziet, beperkt het natuur-
lijk de gezindheid om gronden in erfpacht te nemen.
l i Dit geldt nu niet zoo zeer voor groote lichamen, die
andere middelen hebben om aan geld te komen, dan het
sluiten van leeningen onder hypothecair verband, die den,
pj grond in ·erfpacht nemen om hem zelf te gebruiken en
di·e d.aarenbov·en, door te zorgen voor eene behoorlijk ge-
l regelde afschrijving, wel geen verlies z.ullen lijden als bij
ij het eindigen van hun recht de opstallen aan de gemeente
vervallen. In het bijzonder geldt het dus niet voor de
lichamen waarop wij het oog hadden, toen wij spraken over
` de uitgifte in erfpacht van haventerreinen. Maar het geldt
i wel voor de p-ersone.n voor wie de bouwgronden bestemd
zijn. In het algemeen kan men zeggen dat een bouwer die
geen geld onder hypothecair verband kan krijgen of het
j niet dan onder bezwarende conditiën kan bekomen, het uit-
oefenen van zijn bedrijf onmogelijk gemaakt wordt. Daar-
enboven het gebouwde zal, niet het erfpachtsrecht, nog wel
eens worden verkocht en hoe dichter of het dan loopt naar
jl het eindigen van het recht, hoe nijpender de inoeielijkheid
j wordt. .
Nu kan aan deze moeielijkheid wel tegemoet gekomen
tl worden door de gemeente, bij het eindigen van het recht,
jj de waarde der opstallen te doen vergoeden. Maar gevraagd
lj mag w.or·den of dit w·el in het belang der genieente is. De
ervaring opgedaan met concessies, die de bepaling inhiel-
lj den, dat bij h·et eindigen de bezittingen overgaan zouden
jg tegen vergoeding, is leerzaam. Daarenboven, hoe zou de
j gemeente die opstallen weer kwijt raken of rendabel maken?
X/Vij resumeeren, specia.al met betrekking tot bouw-
gronden.
Tegen verkoop kan worden ingebracht:
1°. dat de gemeentie de gronden voor goed kwijt is;
‘# 2°. dat waardevermeerdering van den grond haar niet
jj ten goede komt;
3°. dat nuttige, in het algemeen belang wenschelijke
bepalingen, niet geliandliaald kunnen worden.
ll
ïl
w
-l