HomeDe gemeentelijke grondpolitiekPagina 30

JPEG (Deze pagina), 686.49 KB

TIFF (Deze pagina), 6.38 MB

PDF (Volledig document), 37.07 MB

."W"`
ä 2 Ti
t
28 ‘
vraag ri_jst of de verkoopende primitieve kooper moet bedin-
gen voor zich, hetgeen de gemeente toch niet veel baten
zou, ofwel voor de geme.ente... waarvan niet `vaststaat dat
i het geoorloofd is.
Verder doordringen in deze quaestie is niet noodig,
i waar vaststaat dat geen middel bestaat, dat ingeval van
A verkoop afdoende hielpen kan.
. - i
i t
e Bij uitgifte in erfpacht en opstal is het alles anders.
i ` ```an·n·e·er de uit.gifte voor bepaalden tijd heeft plaats
_ gehad, komt de grond, na verloop daarvan, weer ter be-
i schikking va.n de gemeente; terwijl bij uitgifte voor on·
bepaal·d·e*n tijd ide gem·e~e.nt·e het in haar macht heeft (zooals
. wij ‘re­eds zagenl na verloop van der­tig jarern den grond weer
K vrij te maken.
De twee eerste bezwaren, tegen verkoop aangevoerd,
C bestaan hier ldus niet. Wiel bestaan zij bij uitgifte voor
eeuwig. maar niet absoluut: zij kunnen zeer gematigd wor- E
den door het maken van bijzondere bepalingen (zooals wij
nader zien zullenl; bepalingen die trouwens ook gemaakt
kunnen worden bij uitgiften voor bepaalden en voor on-
F bepaalden tijd.
Maar hoe ook de uitgifte is geschied. voor bepaalden
tijd, v­oor onbepaalden tijd of voor eeuwig, de g­em­eente
ii heeft een afdoend middel om aan het derde bezwaar tege-
moet te komen.
De band tusschen de gemeente ein den grond wordt
niet verbroken; de gemeente blijft er tboewel beperkte`) jj
eigenaresse van. lin onder de conditien kan worden op-
; genomen de bepaling dat het verleende recht zal eindi-
_` gen, wanneer de voorwaarden van uitgifte niet worden
ii nageleefd.
· , ïl
Het zijn evenwel niet e.nkel voorde-elen die aan uitgif­
fïi te in erfpacht of opstal verbonden zijn. Niet zonder reden
T`; is het gemeentebestuur van Rotterdam niet bijster ingeno-
men met dien vorm van vervreemding. Maar alvorens te jj
onderzoeken of de bezwareani, die er tegen aangevoerd worden,
van zoodanigen aard zijn dat wij voorgoed het denkbeeld
i *?
A