HomeHet partijwezen in het parlementair stelselPagina 36

JPEG (Deze pagina), 895.93 KB

TIFF (Deze pagina), 8.06 MB

PDF (Volledig document), 34.15 MB

fi
ij.
2
li
`äf 34 l
verhoudingen niet tot volmaaktheid. Vooreerst bergt het ver-
tegenwoordigend stelsel zelf zekere gebreken in zich, die steeds
ii zullen verhinderen, dat alle onzuiverheden worden weggenomen.
Daarbij is het zeer goed mogelijk, dat een nieuw stelsel van
jfll partijverdeeling voor nieuwe gebreken ruimte laat, die in het i
j _ heerschend systeem niet worden gevonden. Alleen de practijk van
het nieuwe stelsel kan aantoonen, of dit het geval is en door
welke maatregelen het daaruit voortvloeiend nadeel kan worden
E gedekt. D
`I Doch zelfs al viel aan die nieuwe fouten niet veel te ver-
. beteren, zou men hen dan niet op den koop toe moeten aanvaarden
voor het betere, dat men overigens met hetstelsel bereikt? Want
I van deze onschatbare verdienste zou het de eer behouden, dat
wat onder zijn régime ten behoeve van een algemeen belang heet
ä te worden ondernomen, ook werkelijk aan dit belang ten goede
l, komt en niet aan eene macht, die zich als zelfstandige corporatie
vóór het algemeen belang geposteerd heeft.
In het stelsel van permanente partijen wordt iedere beweging, g
om den kring van hen, die in de staatkunde medespreken,
gj_ uit te breiden, grootendeels tot eene bespotting. jarenlang ijvert ,
men voor algemeen kiesrecht. Men houdt er optochten en mee- l
tings en teekent er ,,monsterpetities" voor. Mannen van naam
hebben een deel van hun leven ervoor over, om dezen maatregel,
welks totstandkoming eerste voorwaarde heet voor een beter ;
jl bestaan in het bijzonder der arbeidersklasse, aan de tegenstanders g
i te ontfutselen. En wat, als nu het lang begeerd kleinood ont- i
¥ vangen is? Zullen, als de ,,hoogste Staatswet" geen beletsel
meer voor het meest-uitgebreide kiesrecht is, alle arbeiders­gezinde
i maatregelen in vlugge opvolging het volk bereiken? Zoo voor-
zeggen het u de mannen van het algemeen kiesrecht. Maar de
,g meiistofelische geest van het heerschend partijstelsel weet beter. J
Hij weet, dat, onder zijne heerschappij, het behaalde voordeel
j slechts in schijn beteekenis zal hebben. Dat, o zeker, in den
,i avond na eenen dag van strijd nog meerderen zullen samen-
stroomen, om de aanvoerders te huldigen in zinloos ,enthusiasme. ,
lg Doch tevens, dat de daadwerkelijke oogst met het algemeen
kiesrecht niet zal vermeerderen. Dat voor en na dit kiesstelsel
l

ti;