HomeHet partijwezen in het parlementair stelselPagina 34

JPEG (Deze pagina), 859.22 KB

TIFF (Deze pagina), 8.08 MB

PDF (Volledig document), 34.15 MB

*21
li
Ilïn ¤
êï
32
.2* E
college, noch ieder der ministers individueel eenige partij-kleur.
Dat een minister aan het hoofd van een departement komt,
jl zonder eenige technische kennis daarvan te bezitten, zou veel
minder voorkomen dan in het stelsel van beginselpartijen, 1) daar ll
lj men immers in het nieuwe stelsel tot den post in den regel
alleen zou geroepen worden als bekend voorstander van eenen M
bepaalden, onder het departement ressorteerenden maatregel en l
dus althans daarvan op de hoogte zou moeten zijn. Een belangrijk
voordeel zoude ook dit zijn, dat de wisselingen van Mz‘nz`sferz`cs
in aantal zouden afnemen. Wisseling van ministers zou natuurlijk 1
blijven voorkomen, maar aftreding van het geheele Ministerie zou
Q- tot de uitzonderingen gaan behooren; - een voor de continuiteit j
i in het bestuur hoogst wenschelijk gevolg. ;
4 Men mag dus, dunkt mij, besluiten, dat het stelsel van M
partijen­ad­hoc aan vele euvelen, met het stelsel van beginsel-
partijen verbonden, een einde maakt.
Misschien echter staat een lezer op, die dit op zichzelf wil
beamen, maar tegelijkertijd te zeer twijfelt aan de mogelijkheid, "
het nieuwe stelsel te verwezenlijken, dan dat hij het oude zou
kunnen prijsgeven. De twijfelmoedigheid van dezen bedachtzamen
lezer zou zeker niet allen grond missen. Hoe vast is immers.
i niet het stelsel van permanente partijen in onze Staatsinstellingen t
ingegroeid! Men denkt zich geen constitutioneelen Staat zonder .
partijen en dat die partijen algemeen en permanent zijn, beschouwt
men daarbij als vanzelfsprekend. Wie daartegenover een stelsel
l van partijen-ad-hoc wil verdedigen, heeft dus allereerst den _
- geenszins lichten -­­ kamp te voeren tegen eene ingeroeste §
denkwijze. Daarenboven: hoevelen zijn niet om belangen­motieven
aan het heerschend stelsel verknocht! Van deze scharen, die de ,
, ,.politiek" gemaakt heeft tot wat zij zijn, is geene medewerking F
i te verwachten om het oude stelsel te vervangen door een ander, {
ij, dat, vergeleken bij het heerschende, voor den beroeps­politicus
i bij verre na niet zulk een vruchtbaar arbeidsveld oplevert. En
{ zooveel te meer zullen die bezwaren gelden, waar de aangeprezen
al r-.*---i,
1) Zie pag. 20.
j
4 .ï
l J
il
L3
P ä
z· E
L4 {
=·* 3
l l