HomeHet partijwezen in het parlementair stelselPagina 30

JPEG (Deze pagina), 906.36 KB

TIFF (Deze pagina), 8.13 MB

PDF (Volledig document), 34.15 MB

$9;,
.?
l 28
‘; niet ook zij soms over zeer moeilijke aangelegenheden en zou hier
lj! de eigenliefde, de zucht, om eigen meening voorop te stellen, niet i
l evengoed aanwezig zijn? Volgens Groen van Prinsterer moest [
il, het wel a priori uitgesloten wezen, dat in zulke vergaderingen 1
f ook maar eenige maatregel tot stand kwam. En toch... genieten j
Z , niet juist sommige Kamers van Koophandel en Gemeenteraden i
l den roep, dat er in die colleges, zooals het heet, ,,gewerkt" wordt?
Merkt men op, dat bij deze lichamen het vertegenwoordigend i
stelsel minder ontwikkeld is, de keuze der leden meer door ‘
persamzläke eigenschappen bepaald wordt, dan kan erkend worden, .
dat dit verschil bestaat, doch tevens geantwoord, dat het, wat
i het punt in kwestie betreft, niet van invloed is. Doch zelfs al
moest toegegeven worden, dat vaste meerderheden de door Groen
van Prinsterer zoo zeer gevreesde ,,verwarring" voorkomen en V
jr) aan het betreffende lichaam eene krachtige leiding verleenen,
kan men dan zeggen, dat het stelsel van algemeene partijen die
, haar toegedichte kracht in de practijk ten goede gebruikt? Of is
niet veeleer de luider wordende klacht over legislatieve onvrucht-
.l baarheid eene aanwüzing, dat de wetgeving zelf van de groote
{gj capaciteiten, die het stelsel heet te bezitten, bitter weinig heeft ;
J geprofiteerd? Er is geen twijfel aan, dat onze Volksvertegen­ jl
, woordiging steeds minder kan bogen op eene vruchtbaarheid, als K,
waarop sommige niet­politieke colleges kunnen wijzen. Wat baat 1
j het dus, of van eene vaste meerderheid al eene groote kracht j
kan uitgaan, wanneer zij die kracht toch enkel ten eigen bate en j
ij niet ten bate van de taak der Vertegenwoordiging aanwendt? 1)
-- Ten slotte valt nog op te merken, dat bij een stelsel van l
groepeeringen­ad­hoc de leden van het Parlement volstrekt niet
eene massa zonder eenig verband vormen. Alleen is het verband,
tusschen de leden van den aanvang af bestaande, voor ieder concreet
vraagstuk, waarover de kiezers uitspraak hebben gedaan, wisselend. is
[ij Nu een woord over de homogeniteit van het ministerie. j
M, Het is juist, dat die homogeniteit, opgevat in den zin van ·
eenheid van algemeene richting, in een stelsel, waarin algemeene .
richtingen niet meer als scheidslijn gebruikt worden, onbe­
r) Zie hiervoor nader het vorige Hoofdstuk. (pag. 15-19).
r- . ï
IQ;
¥
la ~
li, .
nl