HomeHet partijwezen in het parlementair stelselPagina 27

JPEG (Deze pagina), 875.40 KB

TIFF (Deze pagina), 8.13 MB

PDF (Volledig document), 34.15 MB

a
25
punten van hare verlanglijst door anderen zijn overgenomen, niet
met die anderen mag samengaan, dan wordt het gewaande
r ,,tactisch" voordeel van die gedragslijn geheel teniet gedaan door
W het nadeel, gelegen in de bestendiging van een partijstelsel, dat
op alle parlementair werk, ook op de mede door de sociaal-
^ democratie gewilde hervormingen, belemmerend werkt. Misschien
wordt de sociaal­democratie door de arbeiders zelf, bij wie het
verlangen naar daden allicht grooter is dan naar beginselen, op
den duur genoopt, het doctrinair aan het practisch voordeel op
te offeren. Op die wijze zouden ook de sociaal-democraten
i kunnen en moeten medewerken tot de vernietiging van het stelsel
r van beginselpartijen en de ontwikkeling van partijen ad hoc.
l En te eerder zouden zij zich daarbij kunnen neerleggen, wanneer
ook de ,,burgerlijke" partijen van heden ontbonden werden en
f opgeofferd aan het nieuwe stelsel.
Welke, in menig opzicht heilzame, gevolgen zou dit stelsel
overigens voor de staatkunde hebben! Men stelle zich den nieuwen
toestand voor:
De uitspraak der kiezers is op concrete punten gericht, wordt
W daarmede directer en komt tot grooter zuiverheid. Het komt
niet meer voor, dat den kiezers wel eene beslissing wordt gelaten
over een ,,beginsel", maar niet over de vele concreta zelf, die
het volk onmiddellijk betreffen, doch door het ,,beginsel" niet
worden gedekt. Welke bepaalde maatregelen op eenig belangrijk
gebied door Regeering en Vertegenwoordiging genomen Worden,
hangt niet meer van het toeval af, maar wordt beslist door de
kiezers, die in de gelegenheid zijn, zich over die concrete aange-
legenheden uit te spreken. Daarmede wint het vertegenwoordigend .
stelsel aan reëel effect. En eveneens doet het dit door de opheffing
van den druk, waaraan de kiezer van de zijde der partijpropa­
I, gandisten thans blootstaat. Natuurlijk zullen ook de organisaties-
ad­hoc propagandisten, om het concrete denkbeeld te populari-
seeren, niet kunnen missen. Hun bestaan is in de democratie
noodzakelijk en behoeft geen kwaad te zijn, zoolang geene opzet- 1
telijk-bedrieglijke praktijken bij hunne methoden worden inge-
lijfd. Voor bedrieglijke voorspiegelingen nu neemt het nieuwe
stelsel voor een deel de aanleiding weg. Er is immers bij den