HomeHet partijwezen in het parlementair stelselPagina 24

JPEG (Deze pagina), 865.02 KB

TIFF (Deze pagina), 8.10 MB

PDF (Volledig document), 34.15 MB

•f« l
@ 1
En gelijk de partij, zóó de partijganger. Aanvankelijk heeft ook
tij , deze slechts het staatkundig doel voor oogen, dat de partij heet
na te streven, maar langzamerhand verdwijnt het doel van den 4
_ horizon en heeft ook voor hem de partij nog slechts als zoaclanig A
ti 4 beteekenis. Het is volkomen begrijpelijk, dat dit zoo gaat, doch A
juist daarom moet de gelegenheid tot vaste groepeeringen weg-
genomen vvorden. Ziedaar ook de meening van M. Ostrogorski,
1;, die zich in zijne magistrale, in 1903 verschenen, studie over de
i werking van het partijwezen in Engeland en Amerika 1) een
uiterst ijverig navorscher heeft betoond van den invloed van het
partijstelsel op de democratie. ,,Dès qu’un parti," schrijft hij "
t. a. p. II 617, ,,füt-il créé pour la plus noble fin, se perpétue,
, il tend fatalement au pouvoir, et dès qu’il en fait sa iin, sa pré-
occupation maïtresse est de se maintenir contre vent et marée, E r
a sans reculer devant aucun moyen".
In plaats van de vaste groepeering naar een beginsel moet
dan komen de tijdelijke naar een concreet desideratum; in plaats
der algemeene partijen, organisaties ,,ad hoc", gelijk Ostrogorski
_` (II. 619) hen noemt. Op zichzelf zijn vereenigingen ter bevor-
ll dering van één bepaald staatkundig verlangen niets nieuws. De
Bond voor Staatspensionneering, de Vereeniging voor Vrouwen-
+ kiesrecht, het anti­Tariefherziening-Comité, - om het bij deze te _
laten - zijn er bekende voorbeelden van. Alleen de werkkring
1, van die vereenigingen moest eene principieele uitbreiding onder-
gaan. In het tegenwoordig stelsel vervullen zij eene weinig `
Eg zelfstandige rol. Zij beijveren zich, het denkbeeld in kwestie bij
den volke ingang te doen vinden, maar bij de verkiezing vragen
’ zij ten slotte geene directe uitspraak er over van de kiezers door
A * zelfstandig met eenen candidaat uit te komen, in wien in het
gj bijzonder het aangeprezen denkbeeld belichaamd mocht heeten.
; Meestal bepalen zij er zich toe, de verschillende candidaten der `
i groote partijen te polsen en op grond van dat onderzoek een
A hunner te steunen. Valt geen der ,,officieele" candidaten in den
, 1) M. Ostrogorski: ,,La démocratie et Porganisation des Partis Politiques", 2
j vols. Paris 1903. Calmann-Lévy. Vrij uitvoerige aanhalingen uit het werk van
Ostrogorski vmdt men in het opstel van mr. L. _]. Plemp van Duiveland over het
E _ Amerikaansche verkiezingswezen in de October-aflevering van Onze Eeuw (1912).
l
X
X
xl i