HomeHet partijwezen in het parlementair stelselPagina 22

JPEG (Deze pagina), 878.24 KB

TIFF (Deze pagina), 8.07 MB

PDF (Volledig document), 34.15 MB

V x
al “,
G 2
j 2
l
Q,
5
ll zo
lj de samenstelling van het ministerie. Meestal immers komen
allereerst de leiders van de partij of partij­fracties, die ,,aan het
roer" zijn, voor eene plaats in het Ministerie in aanmerking. {
ll Niet zelden gebeurt het echter, dat zulk een leider eigenlijk voor
geenen der zetels voldoende technische kennis bezit. Men kan
immers een zeer op den voorgrond tredend algemeen leider zijn,
l zonder van eenen der takken van Staatsbestuur eene bijzondere
l- studie gemaakt te hebben. Wanneer nu zulk eenen leider toch
een der niinisterieele zetels moet worden ingeruimd, is daarmede
het gevaar ontstaan, dat het aan dezen toevertrouwde departement
slechts in naam op den minister en in werkelijkheid op de ambte-
naren ,,clrijft".
‘ Doch ook op de daden van de Regeering blijft bet ge-
" wraakte stelsel niet zonder invloed. Dat de Regeering in zaken,
‘ waarbij haar ,,beginsel" wezenlijk te pas komt, ten voordeele van
dit beginsel beslist, is vanzelfsprekend en in geenen deele af-
keurenswaardig. Immers in de bevordering van dit ,,beginsel"
ligt juist de reden van haar optreden. Maar het gevaar is niet
V denkbeeldig, dat eene Regeering ook in zaken, die met haar
beginsel in wezen niets uitstaande hebben, hare afkomst niet kan
verloochenen. Op die neutrale aangelegenheden wordt dan,
W gelijk ook in het Parlement zelf gebeurt, de stempel van het
,,beginsel" kunstmatig gedrukt. O. a. zal dit gelden voor eene
‘ bepaalde groep van daden, die van de ministerieele werkzaamheid
. een belangrijk deel vormen, t.w. benoemingen. Voorzoover het
ambten betrof van neutraal karakter, zouden partij­invloeden hier
l geheel buiten spel moeten blijven. Maar zal toch niet juist hier p
. eene meer dan middelmatige karakter­sterkte in den minister
i N vereischt zijn, om hem de verplichtingen te doen vergeten, die lp
ll hij heeft aan de partij, welke hem op het kussen bracht? Zeker
; zal tot eer van ons partijwezen kunnen getuigd worden, dat het
de toekenning van staatsposten nog niet dermate vergiftigd heeft
als het Amerikaansche stelsel daar te lande er in geslaagd is te
doen, maar kan men daarom verklaren, dat Nederland ten deze
* steeds van alle smetten vrij was? En is dit niet zoo, dan ont-
l staat een tweede, veel bedenkelijker, gevaar: een minister bekleedt
i niet alleen A. met een ambt, omdat hij geestverwant is, maar
P`!

j l