HomeHet partijwezen in het parlementair stelselPagina 21

JPEG (Deze pagina), 900.62 KB

TIFF (Deze pagina), 8.06 MB

PDF (Volledig document), 34.15 MB

19
natuurlijk ook kan zijn, dat Algemeene Beschouwingen, waarop
. men voor de opheldering van de ,,politieke atmosfeer" al zijne
4 verwachtingen spitst, na afloop blijken, in dit opzicht niet de
minste verdienste te hebben; - waarvan voorbeelden bestaan.
Doch afgezien van het nut, dat zij voor de partijen zelf kunnen
hebben, dit blijft, dat de beteekenis der Algemeene Beschouwingen
voor de eigenlijke taak van de Staten-Generaal gering is. Voor
een deel grijpt men wel de Algemeene Beschouwingen aan, om
speciale regeeringsdaden uit het afgeloopen jaar te critiseeren,
doch voor die critiek - die zeer zeker wel behoort tot de eigenlijke
taak van de Staten-Generaal ­- ware voldoende gelegenheid door
het stellen eener ,,vraag", al of niet door eene interpellatie ge-
volgd. Hiervoor zijn Algemeene Beschouwingen dus niet vereischt,
terwijl van de rest het grootste gedeelte wordt ingenomen door
algemeene politieke ontboezemingen, die wel voor de partijen van
belang zijn, maar waarbij noch de wetgeving, noch de controle
` op de uitvoering, noch de begrooting zelve betrokken is. Men
hoore dan ook, hoe reeds over de begrootingsdebatten van
V December 1881 door van Welderen Rengers geklaagd wordt:
,,Vele dagen werden ook ditmaal besteed aan algemeene beschou-
wingen en onvruchtbare verwijten". (t. a. p. II blz. 237)
Echter is het stelsel van beginsel-partijen met het offer aan
,,nationalen tijd", dat het volk het in de maanden November en
December jaarlijks brengt, nog niet tevreden. Want telkens ge-
durende het zittingsjaar dringt de spookgestalte van de partij-
bespiegelingen zich weer naar voren. Haast bij elk wetsontwerp
` van eenige beteekenis houdt zij de geesten langer of korter bezig
* en bij gebreke van wetsontwerpen zorgt wel een of ander lid voor
‘ eene ,,motie" - waarin nog wel plechtiglijk verklaard wordt, dat
‘, tot de orde van den dag wordt overgegaan ­- die gelegenheid
B geeft, de droge ,,0rde van den dag" met wat algemeene beschou-
n wingen af te wisselen. Dit alles is weder het gevolg van de
verdeeling in cazzsmmäe partijen, die, tenzij zij gepaard ging met
eene zeldzame zelfbeheersching der leden, er toe leiden moest, dat
de partijstrijd bijna voortdurend blijft woeden.
Ook op de Regeering mist het stelsel van algemeene partijen
zijnen kwaden invloed niet. Al dadelijk doet deze zich gelden bij