HomeHet partijwezen in het parlementair stelselPagina 19

JPEG (Deze pagina), 861.67 KB

TIFF (Deze pagina), 8.07 MB

PDF (Volledig document), 34.15 MB

1 rz
$ Toch leest men bij van Welderen Rengers (I blz. 295), dat
in 1865 vele liberalen, hoewel ook zij meer doortastende maat-
regelen tegen de toen heerschende veetyphus wenschten dan door
j het ministerie­Thorbecke genomen werden, tegen eene daartoe
strekkende motie stemden, omdat zij in deze motie -- nog wel
ten onrechte - eene oppositie­manoeuvre zagen! -
Zoo werd zelfs de vraag, of de Kamer eenen populairen generaal
dank zou zeggen voor de vele diensten, door hem in den Atjeh-
oorlog bewezen, onder partij­invloeden eene ,,politieke" kwestie
(geval van den generaal Verspijck) ’).
Er is ééne zaak, die onzen beoefenaren van het publiekrecht
gewoonlijk na aan het hart ligt. Zij wordt weergegeven door de
twee woorden, in de Leidsche college-zaal vaak met warmte uit-
gesproken: Ministerieele verantwoordelijkheid. - Zij wordt ons
voorgehouden als één der ,,fundamenten" van de geldende Staats-
regeling. En niet het minst om hare prezzem‘z`ew werking geldt
' zij als instelling, een vrij volk waardig: daardoor immers voelt
elk minister haar als voortdurende waarschuwing, dat zijne
handeling straks door de vertegenwoordigers van het volk zal
worden beoordeeld en door een votum van afkeuring kan worden
getroffen. Ondergaat nu echter die preventie niet eene ver-
zwakking, wanneer de minister, dank zij het stelsel van permanente
partijen, er op rekenen kan, dat zijne volgzame meerderheid
, geneigd is, veel van hem door de vingers te zien? Men merkt
j misschien op, dat in allen gevalle het waakzaam oog van de
minderheid den minister toch nog bespiedt. Zeker is de verant-
, woordelijkheid, die de minister ook tegenover de minderheid
¤ heeft, niet zonder beteekenis, maar verliest zij niet wat van hare
4 strenge werking, nu de minister zich bewust kan zijn, dat die
minderheid toch niet in staat is, hare afkeuring in een Kamer-
votum belichaamd te krijgen en van haren kant trouwens veelal
in malam partem bevooroordeeld is, zoodat hare afkeuring niet
op de volle waarde te schatten valt? De gevallen in het parle-
mentaire leven zijn niet zeldzaam, - wij zagen er reeds een
voorbeeld van op deze pag. in het geval der bestrijding van vee-
1) v. Welderen Rengers, ll, blz. xgr v.