HomeHet partijwezen in het parlementair stelselPagina 14

JPEG (Deze pagina), 834.33 KB

TIFF (Deze pagina), 8.11 MB

PDF (Volledig document), 34.15 MB

ll
1.
l
‘ 12
l
l, werkzaamheid oorzaak, dat eene, naar een algemeen beginsel
i° gevormde, partij­groepeering niet kan beantwoorden aan het doel
j, van de groepeering: het bijeenbrengen van wezenlijk­gelijk­
gezinden.
E Er bestaat hiervoor nog eene andere oorzaak.
Reeds op pag. 6 werd opgemerkt, dat het geldend partij-
stelsel als uitvloeisel van zijn beginsel­karakte1‘ een tweede ken-
V merk draagt: permanentie. Eene partij is eene vaste corporatie.
` Zij is haren leden dierbaar geworden en deze kunnen er geen
afscheid van nemen, ook lang nadat de betrekkelijke reden van
` haar bestaan vervallen is. Eenmaal was er een gemeenschappe-
lijk verlangen, dat de leden te zamen bracht, doch nu dit ver-
W wezenlijkt is en de partij eigenlijk zou moeten ophouden te bestaan,
4 wordt eene schijn­leuze bedacht, die de wezenlijke disharmonie
_ moet bemantelen. Daarmede wordt de partij op de been gehouden, ,
doch streeft het partij-stelsel, door niet­gelijkgezinden bijeen te
houden, weder zijn doel voorbij.
Eenen dergelijken slechten dienst heeft het stelsel bewezen
aan de liberale partij van ’48. Die partij had na de Grondwets­
§· herziening van dat jaar eene nauw omlijnde taak, welke, meer
dan eenige andere, aanleiding kon geven tot eene vaste groepeering
voor meerdere jaren. Zij bestond in de practische uitwerking
van de constitutioneele denkbeelden, welke in de Grondwet van
’48 waren neergelegd 1). Die taak had de liberale partij echter
I reeds lang volbracht, toen Kappeijne zijne Begrootingsrede van
lj 1874 uitsprak. ,,Onze voorgangers", zoo zeide de spr. in dat jaar,
j ,,hebben onder de leiding vanThorbecke de constitutioneele staats-
nl instellingen veroverd, zij hebben dit niet gedaan zonder harden W
.j kamp ....... Maar wat zij verkregen hebben is dan ook nu geworden 4
gemeen goed van allen; wij kunnen onze staatsinstellingen ver-
i beteren, aanvullen, voltooien, maar aan het beginsel van die +
i instellingen raken, dat kunnen wij niet meer, nu een gansch ge-
slacht daaronder is opgegroeid". (Hand. Tweede Kamer 24 Nov.
1874). De spr. constateerde dan ook, dat ,,de strijd voor
E onze constitutioneele staatsinstellingen geeindigd [was]", doch nu,.
i x) v. g. l. Boers, t. a. p. blz. Si. 1
g I
li l
l ;
1