HomeHet partijwezen in het parlementair stelselPagina 13

JPEG (Deze pagina), 841.56 KB

TIFF (Deze pagina), 8.07 MB

PDF (Volledig document), 34.15 MB

II
beginsel, dat in zich zelf zuiver­economisch is, zijn er terreinen,
waarvoor het geenen sleutel geeft. Zoo staan vraagstukken van
ethiek en godsdienst in wezen buiten het sociaal­democratisch
strijdpunt. Het meeningsverschil tusschen de partijgenooten in
ethische zaken laat zich dan ook niet bemantelen. Dit blijkt bij
voorbeeld ten opzichte van het ethisch vraagstuk bij uitnemend­
heid: de regeling van het huwelijk, ten aanzien waarvan sommige
sociaahdemocratische auteurs den tegenwoordigen toestand wen-
I schen te bestendigen, andere dezen ingrijpend te hervormen. 1)
I ls, indien het voorgaande juist is, derhalve geene der heer-
I schende of aanbevolen tegenstellingen bij machte, voor alle
I beginsel-kwesties richtsnoer te geven, hoeveel te minder zullen
j zij daartoe in staat blijken bij die vraagpunten van wetgeving en
I bestuur, welke, van zuiver opportunistisch karakter, buiten verband
I met eenig ,,beginsel" staan. En wanneer men nu in aanmerking
neemt, dat het grootste gedeelte van de onderwerpen, die gedu-
rende eene bepaalde legislatieve periode werkelijk in behandeling
komen, tot deze zuivenopportunistische behooren, terwijl die,
I waarbij eenig beginsel betrokken is, betrekkelijk gering zijn, dan
I is toch gebleken, hoe weinig die ,,antithesen" geschikt zijn voor
I de functie, die zij binnen het parlement te vervullen hebben,
I t.w. het trekken van eene vaste scheidslijn voor nagenoeg alle
j punten in behandeling. De heer mr. Boers stelt in zijne ,,De
tegenwoordige organisatie van den Nederlandschen Staat" den
eisch, dat de richting van de partijen niet eenzijdig (mag) zijn,
niet bij voorbeeld te uitsluitend het oog hebben op het regeerings-
beleid ten opzichte van Godsdienst, Kerk en intellectueel leven,
1 noch ten opzichte van bepaalde economische belangen. (T. a. p.
j blz. 80). Ziet de geachte schrijver echter niet voorbij, dat hij
I hiermede van eene groepeering volgens algemeene beginselen het
­ onmogelijke vergt, daar geen algemeen beginsel denkbaar is,
decisief èn voor godsdienstige, èn voor ,,intellectueele", èn voor
economische zaken?
Zoo is dus allereerst het veelzijdige karakter der Staats-
1) Men zie de verschillende meeningen b.v. bij Anton Menger, Neue Staatslehre,
j blz. x6o.
I
I
I
I
i
I
1
I