HomeTegenwoordige toestand en plan tot hervorming van het Middelbaar OnderwijsPagina 87

JPEG (Deze pagina), 859.96 KB

TIFF (Deze pagina), 6.93 MB

PDF (Volledig document), 69.37 MB

85
;~_·-; de opleiding van den geleerden stand niet gemakkelüker
E noch min kostbaar gemaakt te worden dan zij thans is, bij
de beroepen, waarvoor deze scholen voorbereiden, moet dit
1 wèl het geval zün. De maatschappü heeft groot gebrek
2 aan bekwame technici en industriëlen. Daarom moet ook
5 het bezoeken van industrie-akademies, die een noodzakeläk
1 vervolg op dezen tak van °t middelbare onderwüs moeten
zün, zoo weinig kostbaar, als eenigzins mogelijk is, worden
1 gemaakt. Intusschen geloof ik niet, dat de som van vüftig
l gulden `s jaars te hoog is ook voor de burgerklasse, die van
deze scholen van middelbaar onderwüs zou willen gebruik
2 maken.
2 q Büna onmogelük is het, om met eenigen grond van zeker-
jg heid het aantal van hen te ramen, die deze scholen zullen
etal lj bezoeken. De toekomstige leerlingen zullen moeten verkre-
ggu li gen worden deels van de tweede afdeelingen der gymnaziën,
ii maar dat getal is niet groot; deels van de fransche scholen
'5 en instituten, die zoo als wü dat boven noodzakelük achtten,
tor tot de grenzen van het meer uitgebreide lagere onderwüs
j, moeten teruggewezen worden, - en dit getal is zeer groot;
my deels van de technische, industriescholen enz., die thans
[6; grootendeels middelbaar en meer nog lager onderwijs geven,
le; li ­ ook dit getal is niet onaanzienlükg - maar, wij herha-
ji len het, eene berekening van dit getal is bhna onmogelük.
( Wanneer ieder intusschen zün eigen ondervinding raadpleegt,
zal hg wel tot de waarneming komen, dat onder de jonge-
lieden uit den beschaafden stand tegen één latinist stellig
Or- vier anderen zijn, die de hoogeschool niet zullen bezoeken.
er- Als men zoo 4000 als approximatief getal aannam voor de
jongelieden, die of later een beroepsstudie zullen aanvangen
ju- bf alleen de noodige kundigheden zoeken te verkrügen om
>le­ lid der beschaafde zamenleving te kunnen zün, dan geloof
,6ft ik vooral niet, dat dit getal te groot zou wezen. Doch laten
wij het voorloopig op slechts 2500 stellen.
mie- ’ De regering zou zelve zeer veel kunnen doen tot instand-
°°P houding harer inrigtingen, behalve de middelen, die wg
reeds vroeger opgaven tot wering van ongeoorloofde konkur­
idem yentie en tot zuivering van de beroepsscholen van het mid--
‘bü dglbam Onderwijs, dat daar thans gegeven wordt. De exa-
men mens die thans te Breda, te Delft, enz., worden afgenomen,
l