HomeTegenwoordige toestand en plan tot hervorming van het Middelbaar OnderwijsPagina 72

JPEG (Deze pagina), 837.86 KB

TIFF (Deze pagina), 6.91 MB

PDF (Volledig document), 69.37 MB

‘ l
l
l
70
rigt in geschiedenis en aardrijkskunde, dan zal de onderwij-
zer achttien uren in funktie zijn, en de leerlingen zullen
wel voorzien met een overzigt en tevens met een meer uit- j
gebreide kennis van de hoofdpunten der nieuwe geschie- I
denis tot een naauwkeurige beoefening der oude wereld in de
drie hoogere klassen kunnen overgaan.
Hier vervangt een andere leeraar den vorigen. De geschie-
denis moet nu bepaaldelük dienen om de jongelieden geheel
in de klassike oude wereld t` huis te brengen. De taak
van dezen onderwüzer is dus lang niet Väll de gemakkelijk-
ste. Te gelgk graecus en latinist, moet hij door de historia
literaria de eenigzins eenzüdige rigtingen van züne beide i
collega’s in de oude talen verbinden. Hü begint met de
4G klasse in de oudheid in te wüden door middel van de
oude aardrhkskundeg de vijfde klasse leert van hem de mytho-
logie, als de spil waarom zich geheel het dichterlijke leven A
der oudheid beweegt ; tevens ontvangen deze beide klassen T
van hem een grondige kennis in de grieksche en romein-
sche geschiedenis. Die geschiedenis gaat in het zesde jaar V
over in grieksche en romeinsche antiquiteiten, als de vrucht
van de nasporingen op historiescli terrein; tevens vereenigt
hij voor deze klasse de geheele literatuur der oudheid in i
grieksche en romeinsche letterkunde. Ik reken, dat voor het
onderrigt der 4C klasse drie en voor dat van elk der beide l
hoogste vier uren noodig zün. Het is goed, dat deze leer- §
aar slechts elf uren in de week bezet is, want de aard
van zijn aandeel aan het onderrigt, dat de geheele oudheid,
het hoofddoel van het gymnaziale onderwijs omvat, brengt .
l mede, dat aan hem het bestuur van de geheele inrigting
worde opgedragen, een gewigtige taak, die hij alleen dan
goed zal kunnen vervullen, wanneer hij weinig door lesuren ,
aan zijn eigen schoollokaal gebonden is.
Thans A komen wh aan de moderne talen. Voor elke van
deze zou ik de voorkeur geven aan vakleeraars en wel voor-
namelijk ten behoeve van een zuivere uitspraak, die een
niet onbelangrijk punt bij deze studie uitmaakt. VVat betreft
de Nederlandsche taal, ofschoon een hoofdvak is van °t
reeds genotene lagere onderwhs, acht ik het toch raadzaam
dat in de laagste klasse bijzondere zorg worde besteed aan
de spraakkunst en aan stüloefeningen Het is billük, dat de