HomeTegenwoordige toestand en plan tot hervorming van het Middelbaar OnderwijsPagina 70

JPEG (Deze pagina), 822.07 KB

TIFF (Deze pagina), 6.92 MB

PDF (Volledig document), 69.37 MB

lingen splitsen. Het onderwijs van de laagste afdeeling is
elementair, de onderwijzers honden zich zooveel mogelük
met elken leerling afzonderlijk bezig; bij de hoogste afdee­
ling wordt het zuiver klassikaal, en neemt meer de rigting
van hooger onderwijs aan. De gang van °tonderwijs moest
deze zijn:
Voor de grieksehe en latijnsehe talen moeten de aan·
komelingen der 3 laagste klassen verdeeld worden in par-
tnen van niet meer dan vijftien knapen. Elk vijftiental moet
aan eenen onderwijzer worden toevertrouwd. Deze onder-~
wijzer moet dezelfde leerlingen drie jaren lang onder zijne
leiding houden, en ze in dien tijd zoo ver brengen, dat ze j
redelijk goed op gang zijn niet het vertalen van ligtere
grieksche en reineinsehe auteurs. Gesehiedt dit de vol-
gende jaren weder, dan krngt hij bij de eerste telkens vijf-
W tien nieuw aangekomenen, die hij weder drie jaren behoudt.
Zoo zou een praeeeptor een derde gedeelte van de drie
laagste klassen aan zijne zorg zien toevertrouwd.
Onderwees hij nu alleen de grieksehe en latijnsohe taal,
en gaf hij aan zijne laagste`klasse drie uren °s weeks onder-
wijs in de eene en even zoo veel in de andere taal, aan
zijne tweede klasse in elke taal 4 uren en aan zijne derde
even zooveel uren, dan zou hij 22 nre11 per week werkzaam
` zijn. Het getal praeceptoren voor de drie laagste klassen Q
zou zich dus moeten regelen naar het gemiddelde getal van
leerlingen, dat jaarlijks tot de school wordt toegelaten; zoo-‘
dat, als de drie laagste klassen gezamenlijk 100 leerlingen
l telden, hoogstens drie praeeeptoren voldoende zouden zijn.
l‘den kan met billijkheid verwachten, dat in deze driejaren ‘=
de leer van de vormen en van de syntaxis der beide talen
behoorlük zij afgehandeld, en dat de noodige handigheid in
het vertalen is aangeleerd. Dat thans in drie jaren aan de ,
latijnsehe scholen vaak niet zooveel wordt afgedaan, is te j
wijten of aan te groote talrükheid der laagste klassen, of
aan een niet voldoend personeel van docenten. Voor de drie-
hoogste klassen komen de leerlingen in handen van andere
leermeesters, van vak­doeenten, één voor de latijnsche en
een voor de grieksehe literatuur. Deze leeraars geven nu l
telkens aan geheele klassen onderrigt, °t geen van zelf in-
sluit, dat het onderwüs meer en meer den vorm moet aanne-
. e, e e ` l