HomeTegenwoordige toestand en plan tot hervorming van het Middelbaar OnderwijsPagina 54

JPEG (Deze pagina), 853.02 KB

TIFF (Deze pagina), 6.90 MB

PDF (Volledig document), 69.37 MB

52
Amsterdam heeft voor de beide afdeelingen slechts drie
onderwijzers in de buitenlandsche talen, en één in de Neder-
L landsche letterkunde, - in welke verhouding staat dit ge-
tal tot de vijf docenten, die uitsluitend met het onderrigt
l der klassike talen en der geschiedenis belast zün ?’- In
een kleine stad als Gouda heeft men, dit weet ik bü onder-
vinding, met hetzelfde getal docenten voor de tweede afdee-
ling de handen vol werk. In °t geheel zijn er slechts zes
gymnazien met twee leeraren in de wiskunde, en ieder weet
hoe vele vakken de wiskunde omvat, en dat de twee-
de afdeeling, als voorbereiding voor den militairen stand,
voor dien van ingenieur, voor industrie en handel schering
en inslag moet zijn. Die gymnazien zijn: Deventer, Amster- ,t
dam, °s Gravenhage, Rotterdam, Leiden en Maastricht, dat
bovendien nog een leeraar in de natuur- en scheikunde be-
zit. Te ’sHertogenbosch is de eenige leeraar in de wis-
B kunde en natuurkunde bovendien nog belast met een deel
van °t onderwüs in de Hoogduitsche en Engelsche talen! ~
En men zie eens, hoe goed op onze gymnazien gezorgd is ·
voor `t onderrigt in onze Nederlandsche taal @11 letterkunde:
slechts drie inrigtingen zum er, die voor dit hoofdvak van
alle beschaafde opvoeding een afzonderlüken docent hebben,
namelnk: Amsterdam, Leiden en Dordrecht. Aan de ove-
gg rige gymnazien is die arme moedertaal als aanhangsel toe-
ts, gevoegd aan een docent in de oude talen, of aan een in de
l geschiedenis, of aan een in de wiskunde, -- geen wonder, i
dat de beschaafde Nederlanders slecht Hollandsch schr§­
ven en van Nederlandsche literatuur bijna niets afweten. En
hoc de jonge lieden in dit vak onderwezen van de gymna-
zien komen, getuigen mogen dit de professoren in onze let-
terkunde aan de hoogescholenl - Of denken de gemeen-
W tebesturen dat de jongens sthl en letterkunde reeds geleerd
l hebben op de lagere school en op de fransche school? ~
4 Het spüt mg wel, dat ik hier genaderd zijnde tot het
punt om over de geschiktheid en de bekwaamheden der
docenten van deze tweede afdeelingen te moeten spreken,
l· niet denzelfden achtenswaardigen zegsman heb, wiens oordeel
over `t personeel der latgnsche scholen ik aanhaalde. Daar
( ik mnzelven echter liefst van deze teedere kwestie wil af-
houden, `t Blij veroorlootd mg te bedienen van de woor-
l
V
I
gl