HomeTegenwoordige toestand en plan tot hervorming van het Middelbaar OnderwijsPagina 51

JPEG (Deze pagina), 818.97 KB

TIFF (Deze pagina), 6.90 MB

PDF (Volledig document), 69.37 MB

_ voor de veelal slecht ingerigte fransche scholen en kostscho-
Mm len voor zooverre deze zich met het middelbare onderwi`s
¤ J
inlaten; als de oprigters meenden, die tweede afdeelingen
zouden de zonen van dengeheelen beschaafden stand hun-
ner stad tot zich trekken, ja, zelfs vermeerderd worden met
kostleerlingen van buiten, - als wij dit alles bedenken, dan
voorzeker moeten wg verwonderd staan over het kleine aan-
tal leerlingen dezer tweede afdeelingen. Als eene stad als
Amsterdam, waar minstens zes duizend jongens de fransche
scholen bezoeken en daar voor een groot deel middelbaar
onderwijs ontvangen, slechts 24 leerlingen op hare reaal­
school heeft; als Groningen met vier discipels pronkt; als
Dordrecht, waar men nog voor weinige jaren het gymnasium
op een voor ons land zeer ronalen voet oprigtte, slechts zes
leerlingen kan lokken; als Rotterdam, dat op haar fransche
scholen ruim 1000 jongens telt, op één na de bloeijendste
tweede afdeeling bezit en toch nog slechts 55 discipelen heeft,
niettegenstaande er een afzonderlijke leeraar in de handels-
wetenschappen, twee voor de fransche taal, twee voor de
wiskunde bekostigd worden, ~­­ dan moet men erkennen, dat
het er ongelukkig met onze tweede afdeelingen uitziet. En
mr- dan moet me11 nog in aanmerking nemen, hoe vele kleinere
steden aan haar getal leerlingen komen: daar zän er, die
eenvoudig de stads Fransche school ophieven en haar bij
°t gymnasium inlüfden en zoo een redelük getal leerlingen moes-
ten krügen, want de plaatsen zün niet groot genoeg, dat een
instituteur er zich zonder toelage uit de gemeentekas zou
durven vestigen om met de stedelüke inrigting te konkurre-
ren; 1net name hebben dit gedaan Kampen (vandaar haar
40tal!) Groenlo, Harderwijk, Enkhuizen, Meppel. Boven-
dien wisten deze plaatsen de bepaling te ontduiken, dat slechts
jonge lieden Väll twaalf jaren op een gymnasium mogen toe-
gelaten worden, door aan hare inrigtingen toe te voegen een 4
zoogenaamd progymnasium of voorbereidende school, die reeds i
kinderen van acht jaren opneemt, en die, door gebrek aan
afzonderlijke docenten, bij slot van rekening niets anders is
ik` dan de laagste klasse van de tweede afdeeling, doch zich in-
`ng tusschen geheel beweegt op °t gebied van °t meer uitgebreide
gg- lagere onderwgs. Dat er nog verscheidene plaatsen op de
[fn tabel staan, die op deze wijze het aantal hunner leerlingen
{UD 4:
|

I