HomeTegenwoordige toestand en plan tot hervorming van het Middelbaar OnderwijsPagina 40

JPEG (Deze pagina), 771.14 KB

TIFF (Deze pagina), 6.88 MB

PDF (Volledig document), 69.37 MB

1
l
‘ 38
[ talen onderwezen worden; docl1 deze zün noch vele noch
j druk door latinisten bezocht. Eindelnk, en dit is een punt
van meer gewigt: de opleiding tot de hoogesehool door pri-
· vaatlessen, it geen echter tegenwoordig wel niet zóó menig-
vuldig meer zal plaats hebben als in 1851 toen `op het .
toenmalige staats­exa1nen bleek, dat van de 339 examinandi
niet minder dan 107 door privaatlessen gevormd waren. j
Immers ”t was toen de tüd, dat na het strenge admissie-exe.- 1
1nen van 1845, waarvan men zich de wederinstelling als i.
niet onmogelnk voorstelde, er een soort van wedloop ont- 1
Stond 0111, rnp of onrnp, zich ten minste maar van het regt
om student te worden meester te maken. Echter zal het l
aantal der door privaatlessen gevormden altüd vrij talrnk Z
blnven, daar velen door leeftnd en andere omstandigheden de
latünsche scholen niet wel kunnen bezoeken.
j Neemt men zoo het voor en tegen in aanmerking, dan zal
' men, hopen wh, onze stelling goedkeuren, dat de latnnsche ‘
scholen goed bezocht mogen heeten, wanneer het getal harer
discipelen met dat derstudenten van de hooge scholen gelük staat. ·
Nu bedraagt het aantal der studenten aan de hooge scho- (
len ruim 1400 (2); dat der leerlingen van de latnnsche scho- l
1Gll (311 Y3.11 (1G €‘G1`S1€ 31i(1C€1ll1g€l`l (1€1' gyll11`13.Z1ë11 steeg 111 (1G j
laatste jaren niet boven de 1300 _
. (1) Die inrigtingen hebben beide twee afdeelingen. Te Katwijk zijn 40 1,
latinisten ; van Roermond is mij alleen bekend dat het nieerendeel latinis­ 1
ten zijn.
(2) De stndenten der athenaea zijn onder dit getal begrepen, daarzij zich
reeds bij hun mathesisexamen, dat gewoonlijk lang binnen ’t eerste studie-
jaar afgelegd is, aan eene der hoogescholen moeten laten inschrijven. Men
zou er echter een vijftigtal voor de seniinariën der lutherselien, doopsge­
zinden, remonstranten en der bissehoppelijke klerezie bij kunnen tellen.
Ziehier de opgave der bevolking van de hooge scholen over acht jaren,
volgens het statistike jaarboek:
18-19 .... 1037 stud. 1853 .... 1396 stud.
1850 . . . . 1082 zr 1854 . . . . 1414 rr
l85l .... 1226 H 1855 .... 1413 I,
1852 .... 1438 u 1856 .... 1429 N
(3) Zie hier de opgave van de ltaatste tien jaren, volgens de Bijdragen
voor de kennis en den bloei der Nederl. gymnasiën ;
1849 . . . l5001GC1'11l1gC11 ‘ 1854 . . . 1348 leerlingen
1850 . . . 1438 ~ 11855 . . . 1338 u
1851 . . . 1379 ~ [1856 . . . 1280 ««
1852. . . 1336 ll j1S57. . . 1217 ,,
1853 . . . 1358 v j1858 . . . 1229 rr