HomeTegenwoordige toestand en plan tot hervorming van het Middelbaar OnderwijsPagina 39

JPEG (Deze pagina), 830.89 KB

TIFF (Deze pagina), 6.87 MB

PDF (Volledig document), 69.37 MB

I

av
reiding van toekomstige stndenten aan de hoogescholen, be-
lml zitten wg een vasten maatstaf voor de getalssterkte, welke
Gt de latgnsche scholen gezamenlgk kunnen bereiken. De cur-
[3- sus aan de univerziteit is van nagenoeg vijf of zes jaren,
die aan de gymnaziën is even lang; de latgnsche scholen
lip zullen derhalve goed bezocht moeten heeten, wanneer het
jlS’ getal van hare discipelen ongeveer gelijk staat met l1et ge-
en tal studenten dat aan ’srgks hoogescholen studeert. Iets
grooter zal men des noods het aantal der latinisten wel
Ed M moeten stellen, omdat onbetwistbaar het geval vaker voor-
kg komt, dat jongens der latgnsche scholen die inrigtingen ver-
te laten om zich in eene andere carrière te begeven, dan zulks V
gn- met hen, die reeds student zijn, plaats heeft. Verder mag
en ‘ men bg de latijnschegscholen in rekening brengen een zeker
Cu W getal voor jonge lieden, die alleen de laagste klassen bezoe~
33 ken om zich voor te bereiden tot het beroep van apotheker,
Br- voor de klinische scholen, voor de school van militaire ge-
iS_ neesknndigen {1), enz. Doch dit getal zal altgd uiterst ge-
kg ring zijn. Voor deze vakken toch wordt zóó uiterst geringe
te- kennis van `t Latgn vereischt, dat de examinandi altijd lie~
en ver eenige privaatlessen in die taal zullen nemen, dan veel
dc tgd op eene latgnsche school door te brengen, een tijd, dien ‘
RH , naar hun inzien, nuttiger in eene apotheek kunnen besteden.
.9- llïoet o1n deze redenen het aantal der latinisten eenig-
V zins grooter zijn dan dat der studenten, er zgn gegevens,
die een tegenwigt in de schaal leggen: de roomsch­katho‘
liken genieten meerendeels hunne opleiding aan hunne ei-
gene inrigtingen. De toekomstige geestelgken komen hier
niet in aanmerking, daar de onder de seminariën behoo-
rende kollcgiën gerekend kunnen worden in de voorberei-
dende studiën voor het hooger onderwijs van de geestelijk-
heid te voorzien Doch wg bedoelen hier inrigtingen
I" zoo als te Katwijk en te Roermond, die respektivelgk 140 ¤
“f` en 100 leerlingen tellen Dan de kostscholen, waar oude l
Q- j (1) Deze worden echter op de meeste gymnaziën bij de tweede afdeeling `
èn l gerekend.
(2) Geringe uitzonderingen, zooals enkele latijnsche scholen in Noord- t
€_ Brabant, b. v., te Uden, Megen en Ravcstein, van welke eenige leerlingen
zich tot de R. Kath. Sexninariën voorbereiden, behoeven niet in rekeiiir
gebragt te worden.
l
l