HomeTegenwoordige toestand en plan tot hervorming van het Middelbaar OnderwijsPagina 38

JPEG (Deze pagina), 751.26 KB

TIFF (Deze pagina), 6.87 MB

PDF (Volledig document), 69.37 MB

’"‘ i
l i
l .
V
06
ë
lj deele waar. Daar er voor dergelijke ondernemingen geen
j afzonderlijke wettelüke bepalingen gemaakt znn, bestaan er
voor het onderwijs geene grenzen hoegenaamd.
Volgens hare programma`s bereiden voor tot de toela-
tings-examina der militaire akademie, van die voor de ma-
rine, voor de akademie te Delft: mathesis, geschiedenis,
moderne talen znn de vakken van onderwüs: behooren
dus tot de middelbare scholen. Maar diezelfde instituten _
versmaden ook geen kinderen van zes jaren, geven onder-
Wijs in °t lezen en schruvenz zoo vervallen op °t gebied D
der lagere school. De regering schünt er voor dergelüke
fransche scholen ook geen afzonderlnke statistiek op na te j
houden; zij gaan door onder de rubriek van `t lagere on-
derwijs. Over °t verbazende aantal der fransclie dagscholen
zal men zich echter een begrip kunnen maken, als 1nen ,
weet, dat er in het jaar 1856 in ons landje bestonden 333
N kostscholen, waarvan 198 voor jongens Als 1nen hier-
bij bedenkt, dat er, volgens denzelfden berigtgever, 554 huis-
onderwüzers en 137 huisonderwüzeressen waren, van welke
wel een deel aan instituten verbonden is, maar het mee-
rendeel van privaatlessen leeft, dan zal men hieruit kunnen
afleiden hoe gering het aantal scholieren is, dat er voor de
tweede afdeelingen der gymnaziën overschiet. Doch van
den toestand waarin de gymnazieu verkeeren willen wij lie-
_ ver eene afzonderlüke vraag maken.
C. In welken toestand verkeeren de 1atijnseZ'oe
scholen en gymnaziën?
Trachten wü deze vraag in de eerste plaats te beantwoor-
den ten opzigte van de latünsche scholen en van de 1. af-
deeling (die der latinisten) van de gymnaziën. ‘
De klagt dat de latünsche scholen en de latijnsche afdee­ i
lingen der gymnaziën slecht bezocht worden door leerlingen
is vrij algemeen. Zien wij of gegrond is. i
Daar deze inrigtingen bäna uitsluitend dienen tot voorbe-
(1) Statistisch jaarboek, 1859 , pag. 123.