HomeTegenwoordige toestand en plan tot hervorming van het Middelbaar OnderwijsPagina 31

JPEG (Deze pagina), 790.96 KB

TIFF (Deze pagina), 6.85 MB

PDF (Volledig document), 69.37 MB

ä l
, 29
. meebrengen (I)? - Waa1‘ zoo iets dringend verzocht wordt
moet er nog al eens wat aan geliaperd hebben! ~ Voorzeker,
ä als onze voorouders veel in de wetenschap gepraesteerd heb-
ä ben, dan hadden verreweg de meesten hunner dat niet te
ä danken aan de latijnsche school, maar veeleer aan hun ge-
it zond verstand, aan hunne matigheid en hzeren vlht.
Intusschen in onze eeuw zgn de latijnsche scholen beter
geworden. Wiaardoor? - Heeft de regering des lands er
zich veel meê beinoeid, door goede docenten aan te moedi-
gen en de best ingerigte scholen te ondersteunen? -- Gch _
neen, ­­ of men moest veel gewigt hechten aan de f 40,000,
I die jaarlüks uitkeert aan 36 van de 64 inrigtingen, en .
" dan in den regel nog niet eens aan de beste; Want er zün
l er bü, zoo als te Youre en Stavoren (deze laatste is dit
jaar eerst gesupprimeerd) die jaren lang één ja, zelfs nul
discipels telden ‘Nel vaardigde de regering van lVil-
lexn I eenige besluiten uit, waardoor het al te eenzüdige
onderwijs, dat zich tot hiertoe tot de latünsehe en grieksche
talen alleen bepaalde, werd uitgestrekt tot geschiedenis , aard-
rükskunde, wiskunde en fabelkunde (3), waarbij paal en
perk werd gesteld aan °t bekleeden van leeraarsambten in de
oude talen door ongegradueerde personen (4) , waarbü zelfs
eene inspektie der latnnsclie scholen (thans uizfgestoewenj
werd ingesteld (5), maar tot een volkomen hervorming van
i °t onderwüs kwam het niet. En is, zooals van Heusde in
zijn meermalen aangehaald werk zegt, het verschil tusschen
de oude en de latünsche scholen van zün tüd hemelsbreed,
voorzeker, die vooruitgang is noch aan de geldelüke on-
(1) In züne praefatio ad Selecta prïncipum historicoruui, p. XXV.
, (2) Loffelijke uitzonderingen hierop schijnen te zijn, b. v ’s Hertogenboseln
dat van landswege ontvangt f 2950.-; Harderwijk f 3000.­; Zutphen
f 3400.-·-; Groningen f 5246-; Maastricht f 5096.--. Doch wij meenen '
wel te weten, dat deze bijdragen van rijkswege meerendeels volstrekt niet ‘
vrüwillig zijn, maar dat het rijk slechts verpligtingen vervult, voortvloeijende
uit voormalige, meestal geestelijke fondsen vant die inrigtingen, welke het ge-
naast heeft, of die, op de een ot andere wijs, aan hetzelve vervallen zgn. I
Men weet dat in 1812 alle latijnsche scholen werden opgeheven en daarvoor
4 lyceën in de plaatst gesteld.
(3) Besluit van 2 Ang. 1815, hoofdst. I, art. 10.
(4) Hetzelfde besluit, t. a. p. artt. 16-20; vgl. dat van 14 Junij 1825,
art. 3.
(5) Hetzelfde besluit t. a. p. art. 24.
1
l
l
2