HomeTegenwoordige toestand en plan tot hervorming van het Middelbaar OnderwijsPagina 30

JPEG (Deze pagina), 802.62 KB

TIFF (Deze pagina), 6.85 MB

PDF (Volledig document), 69.37 MB

28 .
onder de rectoren uitnemende geleerden; maar hoe ontvingen j
s zij de discipels uit de handen hunner praeceptoren, aan wie I
°t gewigtige werk was toevertrouwd om de grammaticale grond- _
slagen, het eenige middel tot alle solide vorming te leg- ,3
gen? ~ Die praeceptoren waren meestal mislukte juristen
en vooral theologanten, die nergens elders teregt konden
komen, doch die voor een praeceptorsbaantje nog altijd knap
genoeg waren. ,, Het was, zegt het voormalige sieraad der
Utrechtsche hooge school, professor V£l11 Heusde, ,, het was j
,,in mijne jeugd omtrent een schimpnaam praeceptor te hee-
,,ten {1).°° En hoort eens met welk een bitteren spot de
zoo zachtaardige en humane geleerde zich over het onder- ,
wijs aan die latünsche scholen uitlaat: ­- ,,aan onze gym- nl
nasiën lag het voornamelijk, waar wij onzen tüd, den lïoste- l
lüksten tnd van ons geheele leven nutteloos, om niet iets
anders te zeggen, doorgebragt hadden. `Nlat was er van
studenten te wachten, die vgf, zes jaren in akelige kloos-
tergeloouwen gebeuzeld hadden, woorden geleerd en regels,
en verzen hadden gemaakt in eene taal, waarin we noch
lezen noch schrüven, ik laat staan, denken konden: en dat
onder het opzigt van eenen slaperigen leermeester, die nu
en dan door ons rumoer ontwaakt, in ijver ontstak en links
en regts straf uitoefende, en den onschuldigen zoo als het
gaat, het hardst kastijdde ....... Cuvier liet er zich nog
‘ zoo kort geleden, even ongunstig over uit, en in inün tnd ,‘
was het nog zeer gebrekkig, schoon met uitzonderingen,
waarvan ik kan getuigen. - Au dessous de toute eritique,...
vond Cuvier onze latünsche scholen ....... En uiázomlerin-
gen, ja, ook in mijn tijd waren er die, welke 1nen aan be-
kwame rectoren te danken had, die men hier en daar vond:
maar toen vooral rcwi qmjppe bont; schoon die goede dan »
ook bij uitstek goed waren. En aan die bg uitstek goede
rectoren en conrectoren is het wel meestendeels toe te schrij-
ven, dat er door sommigen nog zoo goed gestudeerd
werd (2).” -­ En de beroemde lVyttenloaeh, hoe uitdruk-
kelnk verzoekt hij züne studenten, dat ze op zijn kollegie
een naauwkeurige kennis van de deklinaties en konjugaties
(1) Brieven over hooger onderwijs, 1835, p. 61.
{2) t, a. p., p. 57 vlg.