HomeTegenwoordige toestand en plan tot hervorming van het Middelbaar OnderwijsPagina 20

JPEG (Deze pagina), 833.31 KB

TIFF (Deze pagina), 6.85 MB

PDF (Volledig document), 69.37 MB

18
leven, niet zoo heel veel van de onze verschillen en zij zich
dus in denzelfden gedachtenkring als wg bewegen. Ge-
lukkig, dat de oude talen tegen dat raden van den zin en
tegen dat vlugtige lezen een onoverkomelijken dam van moei-
jelijke vormen en konstrukties opwerpen! -- lVel ontken·-
nen wij niet, dat de grammatica der nieuwe talen voor een
Hlozofischen vorm vatbaar is, getuige de methode van den
Duitscher Becker; maar ’t geen in de oude talen van zelf
ligt en er in gevonden moet worden, datzelfde moet men uit
de nieuwe talen met groote moeite opdelven, als men het er
in wil zien. En de meesten zullen het wel met mg eens
zün, dat elke knaap vrij wat spoediger in eene moderne
taal zal t` huis raken door de machinale methode van Ollen­
dorf dan door de wüsgeerige van Becker. En wanneer wh
van wgsgeerige beoefening der moderne talen spreken, heb-
ben wij de Duitsche taal in °t bijzonder op °t oog. Hoe l1et
er met de syntaxis van onze overige naburen (en, helaas,
ook met de onze) uitziet, daarover doet men best het stil-
zwijgen te bewaren.
Komt men echter op een ander punt, dat in de taalstudie
noodzakelük met de vorming van °t verstand moet gepaard
gaan: de veredeling van het gevoel, de verrijking der fan-
tazie, de liefde voor alles wat waar en goed is, dan aarzelen
wh niet te erkennen, dat de oude schrijvers in deze opzigten
verre ten achteren staan bij die der moderne talen, vooral
sedert hare letterkunde zich heeft losgerukt van de slaafsche I
navolging der ouden. De gedachten en beelden bn de ouden
zijn schoon en natuurlük, maar, men vergeve mij de banale
uitdrukking, tamelnk afgezaagd. Geen wonder. Zn zijn
eeuwen lang de leermeesters der nieuwere schrijvers ge-
weest om eigen gewaarwordingen , karakters en natuurtafe­·
reelen in schoone vormen weer te geven ; ­- maar de leerlingen
zijn met de wereldgesehiedenis achter zich wüzer en met het i
Christendom in °t gemoed beter en zedelijker geworden, en I
met een reusachtig groote maatschappü om zich heen heeft
hun gedachtenkring zich meer uitgebreid. Daarom maakt I
onzes inziens de studie van de oude met die van de .
moderne talen een schoon geheel uit. De eerste leeren
ons bij alles wat wg lezen veel te denken en te kritize~
ren, de laatste leveren een raken inhoud tot dat nadenken
I
I
I
I