HomeTegenwoordige toestand en plan tot hervorming van het Middelbaar OnderwijsPagina 19

JPEG (Deze pagina), 823.68 KB

TIFF (Deze pagina), 6.79 MB

PDF (Volledig document), 69.37 MB

rl I
17
l gens die algemeene regels geen rekenschap kan afleggen. De
_ I geringste verandering aan den vorm van °t woord verandert A
I' of vernietigt den zin. Elk oogenblik van onnadenkendlieid I
H des leerlings geeft een fout in thema of vertaling. En is ¥
_ bij het inprenten der woordvormen eene werktuigelüke oefe-
U ning, die dan nog altgd, op zich zelf beschouwd, dit nut
_ Ii heeft, dat den geest aan de uiterste naauwkeurigheid en
H aan het letten op kleinigheden gewent, niet te vermijden, --
D bij °t vertalen van een schrijver wordt machinaal werken ge-
G heel onmogelük, omdat elke zin als °t ware een nieuw voor- i
S beeld geeft van ingewikkelde en toch logiesch konzekwenten l
in V periodenbouw. De ondervinding heeft mij geleerd, hoe juist 5
` het vertalen van Grieksche en Latnnsche schrijvers de toets-
_1 steen is van een gelukkigen aanleg. Zoolang de deklinaties
en konjugaties geleerd en machinaal toegepast werden, waren
jongelieden met bekrompen geestvermogens vaak de naauw-
keurigste leerlingen: maar wanneer de geheele rijkdom der
E taal, wanneer diezelfde woordbuigingen verbonden in het
G logische systeem der syntaxis bij ’t lezen der schrüvers moes-
_ ten toegepast worden, dan trad de goede aanleg, het ge-
zonde verstand altüd zegevierend te voorschnn.
3 En is het dan nog te verwonderen, dat, daar de studie
; der klassieke talen zóó veel nadenken, zóó veel oplettend-
J heid, zóó veel naauwkeurigheid vereischt, de jeugdige geest
i J ` jaren lang noodig heeft, eer hij er aan gewend is om bg elk
_ woord dadelük een taalregel voor den geest te hebben , om
i j bij elke periode dadelijk een vaak inoenelük te vinden logiesch
verband te vormen?
; j De nieuwe talen bevatten niet zoo veel oefening voor den
{ , geest. Minder veranderingen van den vorm der woorden
Z en, wat van zelf °t gevolg hiervan is, minder ingewikkelde
; konstruktiën, nopen den geest veel zeldzamer om elk bgzon- I
J der geval als de toepassing van een taalwet te beschouwen. I
1 Het kennen van de beteekenis van eenige woorden is vaak
1 ‘ voldoende om den geheelen zin te raden. Ieder, die zich I
1 t met dezen tak van °t onderwäs heeft bezig gehouden, weet
E j hoe geneigd de moeüeläk tot naauwkeuriglieid te dwingen
1 I geest der jongens is om dit kunstje toe te passen, °t welk
_ hun bg de moderne schrijvers nog daardoor des te gemak-
E kelijker valt, omdat de maatschappgen, waarin die schrijvers
. 2
I
I I
I.