HomeTegenwoordige toestand en plan tot hervorming van het Middelbaar OnderwijsPagina 17

JPEG (Deze pagina), 782.68 KB

TIFF (Deze pagina), 6.80 MB

PDF (Volledig document), 69.37 MB

Q l
jl
jl
j 15
l
l voor de toekomst gewonnen hebben? - Zou hh nog zoo i
geneigd zijn om, als de onontwikkelde mensch, den schün l
voor °t wezen te verkiezen, om op goed geloof af schoon ·
kinkende uitspraken voor waarheid aan te nemen, om zich
Q door ieder, dien lin, °t zij in stand, °t in geestbeschaving
j boven zich verheven acht, te laten meeslepen? Ik geloof
het niet; maar dit geloof ik wel, dat die verstandige en
l kundige menschen, van welke men somtüds mogt hooren,
‘ `? dat den tijd en den arbeid eenmaal aan de wiskunde be-
steed voor verloren houden, er niet over nadenken, hoeveel 4
i verpligting hun thans goed ontwikkeld denkvermogen aan ,
­ dat dorre , voor hen onbruikbare vak heeft. Dat wij eenige j
· ° kundigheden bezitten, en hoe wij die verkregen hebben, kun- l
, nen wij ons vaak zeer goed herinneren, maar hoe de ver-
‘ .. mogens van onzen geest, vooral het denken zich ontwikkeld
¤ heeft, dat kunnen wh niet ligt nasporen. Zoo valt het ons
· niet moeüelijk om te weten of ons ligchaam misvormd of
l schoon is, aan welke ligchaamsdeelen wij sterk ofzwak zijn,
= wü kunnen zelfs de oorzaken van die eigen schappen vaak heel
· goed nagaan, - maar hoe ons ligehaam langzamerhand
, zich ontwikkeld heeft, welk voedsel het meest tot die ontwik-
· keling heeft bijgedragen, en vooral hoe dat voedsel zijn
, weldadige werking op den groei van het ligchaam uitoefen-
2 de, dit zal voor de meesten wel een geheim blijven, of
1 ‘ . liever iets, waaraan zij nooit denken. Zonde deze vergelü--
3 I king ook toepasselijk zgn op het geestesvoedsel, dat wij
li in onze jeugd genoten hebben, en zou de wiskunde wel
. niet een krachtig voedsel znn geweest om ons denkvermogen
·· te ontwikkelen? -
·· Uit dit standpunt wenschte ik dat men de studie der wis-
» kunde voor den latinist en voor den beschaafden stand in
1 ’t algemeen wat meer beschouwde. De leertnd zou er wel
· wat langer door worden, maar de oppervlakkiglieid en üdele j
A veelweterü van lieden, die voor zeer beschaafd willen door-
€· gaan, ook vrü wat minder.
, Hoe hoog men de studie der wiskunde, als zij met dit doel
3, beoefend wordt, wil opvoeren, doet weinig ter zake. ``Til
men haar gebruiken als voorbereiding tot de vele beroe-
G pen, die zich met de natuur~wetenschappen bezig houden of
S er meê in verband staan , dan is het de taak van °t middel-
l
1