HomeTegenwoordige toestand en plan tot hervorming van het Middelbaar OnderwijsPagina 10

JPEG (Deze pagina), 831.31 KB

TIFF (Deze pagina), 6.83 MB

PDF (Volledig document), 69.37 MB

1
Q
8
houden; maar wel zou dit het geval wezen, wanneer hij
F; toonde niet te weten wat een galvanische batterü, een stroom
enz. is. Als men een brief van hein ontvangt, waarvan
spelling en stijl veel te wensehen overlaten, of als hg ge-
_noodzaakt is een boek in de taal van een der aan ons
vaderland grenzende volken ongelezen ter zijde te leggen, omdat
hg die taal niet genoeg magtig is, dan laat de opvoeding
van zoo iemand uit den beschaafden stand veel te wensehen over.
' lk geloof, dat h§ al deze verwüten zal kunnen ontgaan,
wanneer hij grondig onderrigt heeft ontvangen in drie we-
tenschappen, en wanneer l1ij die drie eenigzins heeft leeren
toepassen op de natuur en op het maatsehappel§ke leven. _
De bedoelde vakken zijn: wiskunde, taalkunde en geschie-
denis. Deze drie wetenschappen zullen, goed. onderwezen,
in staat zijn om de vermogens van zün geest behoorlük te
ontwikkelen. `Worden ze , na @@11 grondige beoefening, toe-
gepast op natuur-wetenschappen, literatuur en staatkunde,
dan zal, hoe meer dit geschiedt de kring zijner kundigheden ‘
zich telkens verder uitbreiden, en de beschaafde man zal L
den geleerde meer en meer nabij komen. Toch moet ik voor-
al hierop aandringen, dat wetenschappen, zoo als die der na-
tuur, staathuishoudkunde enz., eerst dan behandeld worden,
nadat er een solide grondslag van de drie wetenschappen ge-
legd zij, die men van oudsher heeft beschouwd, als de beste
vormingsmiddelen van des menschen geestvermogens, een “
punt, dat wij later uitvoeriger zullen bespreken. Als de
jonge mensch de moeijelijke kunst heeft geleerd om na te
denken en zelf te onderzoeken, zal hij later altüd in staat
znn om zelf den kring zijner kennis uit te breiden. De wet
op het lagere onderwijs zou tot eene geheel tegenovergestelde
meening kunnen aanleiding geven , als daar onder de vak-
ken der lagere school reeds de beginselen van de kennis der
natuur staan opgegeven. Doch kennis der natuur is nog
geen natuurkunde, en,in allen gevalle, houd ik het er voor, ·
dat de wetgever er dit vak, even als de landbouwkunde, alleen
heeft bijgevoegd ten gerieve van de lagere volksklasse, die
anders, zonder verder voortgezet onderwijs, een vreemdeling
zou blijven in de meest gewone verschänselen, die het ons
` omringende leven der natuur aanbiedt.
Dient zoo de middelbare school als eind-onderwijs voor