HomeEen en ander omtrent het jongste wetsontwerp op het hooger onderwijsPagina 7

JPEG (Deze pagina), 530.16 KB

TIFF (Deze pagina), 6.82 MB

PDF (Volledig document), 20.19 MB

i
­< l
l
-J,
i ’ .
l
Lóxlgemeen bekend is de Aïsopus navertelde fabel van La~
‘ fontaine, waarin de leeuwrik haar in ’t graanveld uitgebroeide
jongen omtrent het voornemen van den boer gerust stelt, die
herhaaldelijk overlegt zijn koren te maayen, zonder dat hij daar
toe overgaat. Onwillekeurig wordt men aan die leerrijke
_ geschiedenis herinnert, wanneer men al het overleg in zake
N hooger onderwijs nagaat, dat in de laatste vijf en twintig jaar -
om niet verder terug te gaan - onder ons heeft plaats gegrepen.
Met de grondwet van 1848 en hare toezeggingen scheen de tijd
'# daar, een nieuw ontwerp te wachten, door de Staatscommissie
van dat jaar reeds voorbereid; en wie belang stelde in ’t on-
g derwerp, vatte dus de pen op, om er zijn gedachten over te uiten.
Enkele zcremzhm 077z!rem‘ de ïctyzzgzbzg ww hel Mager 07l[l7€7'7C/JS
r zagen, naar aanleiding daarvan, ook van mijne hand in 1850
het licht ’; doch, als weldra bleek, geheel overbodig. Niet alleen
trad de minister, die reeds bezig scheen ons met een nieuwe
wet te begunstigen, door ’t domineesrumoer van 185 3 af, maar
duurde het tot I3 jaar later, eer een zijner opvolgers de door-
tastende hand aan het werk sloeg, en werkelijk een wetsont-
werp indiende. Weer scheen de tijd dus gekomen, er van
gedachten over te wisselen, en ging, met veel anderen, ook
' Te Amersfoort, bij eene sedert opgeheven ürrna.
l
I
r