HomeEen en ander omtrent het jongste wetsontwerp op het hooger onderwijsPagina 28

JPEG (Deze pagina), 738.08 KB

TIFF (Deze pagina), 6.89 MB

PDF (Volledig document), 20.19 MB

26
die daarvoor bepaaldelijk strekken. Waarom Rutgers er de
W staathuishoudkunde en staatsinstellingen uit zou willen wegge-
nomen zien, laat zich niet wel vatten. Bedenkt men dat de
gymnaziast nog twee jaar langer dan een burgerschool­leerling
de voorbereidende lessen volgt, en deze toch reeds in beide laatste `_
jaren daarmee kennis maakt , dan behoeft waarlijk de aanstaande i
student er niet mee te wachten, tot hij bij gelegenheid - gelijk
Rutgers wil -- er aan de universiteit eens mee bekend raakt, waar
hem buitendien zooveel anders nog te beoefenen staat. Met de
nieuwere letteren, die hij er ter vergelijking bij aanvoert, is ‘
het geheel iets anders , deze ­ voor zoo ver hij ze niet als
zijn eigen studievak behandelt - kunnen hem ter afleiding en
verpoozing van zijn meer hoofdbrekende studiën dienen, en
zijn uit zichzelf aanlokkelijk genoeg. Wij geven daarom aan ’t
ministerieele ontwerp, in dit opzicht, boven de meening van
Rutgers den voorkeur. Deze blijft ook hier wat te veel aan
de letter hangen. Wij verklaren ons echter niet, hoe·er het
ontwerp toe gekomen is, vakken als de aardrijkskunde en het
handteekenen, waarin aan de hoogere burgerschool onderwijs
gegeven wordt, van 't Gyninazium uit te sluiten; beide zijn,
voor alle studie en beschaving onmisbaar. Wellicht heeft men
’t eerste als een onderdeel der geschiedenis beschouwd, en _
gemeend, dat men door ’t noodwendig gebruik van kaarten
ook genoegzaam aardrijkskundige kennis op deed; dat is echter
ontoereikend. En het handteekenen is te bevorderlijk voor de _,
ontwikkeling van den kunstsmaak, den aanstaanden student
zoo noodig, en kan daarbij zoo geleidelijk tot verpoozende
afwisseling der andere lessen dienen, dat men er wel minstens
een uur ’s weeks voor afzonderen kan. Daar in het ontwerp,
al de studiejaren door, meer dem de hey! der schaa/zzrm aan
de lessen over de grieksche en romeinsche Oudheid gewijd zijn,
zal het licht vallen er zooveel af te nemen, als voor de lessen
in de aardrijkskunde en daarmee samenhangende kosmografie
noodig zal wezen. `
Met de aardrijkskundige lessen worden die over kosmografie,
voor zoover noodig, van zelf verbonden, evenals het ontwerp