HomeEen en ander omtrent het jongste wetsontwerp op het hooger onderwijsPagina 20

JPEG (Deze pagina), 702.25 KB

TIFF (Deze pagina), 6.87 MB

PDF (Volledig document), 20.19 MB

18
inzichten heeft de staat zich bij zijn hooger onderwijs niet te
bekreunen. Integendeel is de kerk zelve slechts een der vele
onderwerpen, Waarmee dat onderwijs zich, ten nutte der mensch-
heid, bezig houdt, doch binnen welks eigen beperkte geloofs-
grenzen het zich niet -­ naar de wijze der Godgeleerdheid- ,
bannen kan. Deze laatste behoort tot de kerk, de Godkunde
tot de van alle kerkelijkheid vrije, boven allen kerkzin verhe-
ven wijsbegeerte.
Zoo erlangen wij dus voor deze Wijsbegeerte, met de tot haar
behoorende Godkunde, een eigen faculteit, niet bij die der
Letteren langer ingelijfd. I-Iare lessen , door minstens een zeven-
of achttal hoogleeraren te geven, zouden moeten loopen over
denkleer en zielkunde, zedekunde‘ , schoonheidsleer en kunst-
geschiedenis, godsdienst- en godenleer of mythologie van den
ouden en nieuwen tijd, van Heiden- joden- en Kristendom, oude,
nieuwe, en vaderlandsche geschiedenis, geschiedenis der oude
en nieuwere wijsbegeerte, wijsbegeerte van het recht en den
staat, beschavings-geschiedenis , land-, volken- en aardrijkskunde.
In de van haar gescheiden faculteit der Letteren zou de taal-
en letterkunde der verschillende tijden en volken, en de ver-
gelijkende taalkunde, door minstens een achttal professoren,
naar omstandigheden echter voor vermeerdering vatbaar, on-
derwezen moeten worden. >
Bij de scheiding van Rechten en Staatswetenschappen zouden
het staats- en volkenrecht, de staatkundige geschiedenis van
den nieuweren tijd, de staathuishoudkunde, en de statistiek,
van de faculteit der Rechten naar die der Staatswetenschappen i
moeten overgaan.
In ’t geheel verkregen wij alzoo zes in steê der vijf vroe-
gere faculteiten, altijd in de veronderstelling, dat men deze
indeeling nog aanhouden wil. Doctoraten zon men echter veel
‘ ,,VVelke wetenschap", vraagde ik in 1850 reeds, ,,die bij den weifelen­
den geest onzen tijdgenooten iverkzamer belangstelling, kraclitdadiger beoefe-
ning verdiende", en ik wees tevens op het zeggen van Schleiermacher: ,,von
der Sittenlehre, sofern die Natur des menschlichen Seins und Wisseiis
darlegt, müsten die Hauptideen jedein einwohnen."