HomeEen en ander omtrent het jongste wetsontwerp op het hooger onderwijsPagina 16

JPEG (Deze pagina), 679.65 KB

TIFF (Deze pagina), 6.85 MB

PDF (Volledig document), 20.19 MB

14
commissie van r848 te berde komt, die dit samenzijn, uge-
vaarlijk" noemde ,,voor de orde en rust van den staat" '!!-
Zoovcel is men dan toch in die twintig en vijf-en-twintig jaar
t vooruitgegaan; doch ook voor de studie moest men wel be-
ter weten, en inzien, dat het geschroomde nadeel louter denk-
beeldig en hersenschimmig was, en slechts een ijdele uitvlucht, f
om een voorwendsel te meer te hebben tot handhaving van
een drietal hoogescholen. Nog een zevende grond daarvoor
wordt door Mr. Vissering aangehaald, doch door den minister,
il naar ’t schijnt, niet erkend, in zijn ontwerp althans geheel
verzwegen. Hij luidt, ,,dat de staat, die na 1795 de eigen
fondsen der hooge scholen aan zich heeft getrokken, daarmee
de verplichting op zich genomen heeft, om voortaan voor de
instandhouding en het onderhoud dier scholen te zorgen; en
dat het niet anders dan eene willekeurige verbeurdverklaring
zou zijn, indien hij de scholen ophief en de fondsen aan zich
hield". ’t Spreekt van zelf, dat voor zoover deze beweringjuist
is, de staat eenvoudig die fondsen of een gelijk geldend be-
drag maar weer uit te keeren had, en daarmee van de zaak
af zou zijn. .
De aangevoerde schijngronden hebben, in hun gemis aller
bewijskracht, reeds de Kamerleden van 1868, blijkens hun voor-
loopig verslag, niet kunnen overtuigen, doch bij haar slechts ,
tegen ’t behoud van Groningen kunnen pleiten. Zij oordeelden
daarentegen twee hoogescholen vooral ,,raadzaam", omdat zich
,,in den boezem der kerk hvee hoofdrichtingen openbaren";
alsof de staat voor de richtingen der kerk te zorgen had, en
`t niet juist een welkom gevolg der nieuwe wet zal zijn, het
hooger staatsonderwijs van alle kerkelijke banden vrij te ma-
ken, en de kerk haar eigen onderwijszaken te laten regelen.
De regeering zelve geeft geen nieuwe gronden voor haar ver-
langen, niet slechts twee, maar zelfs drie hoogescholen te hand-
haven, zij bepaalt er zich toe, ,,het behoud der drie be-
' Zie het aangeteekende daaromtrent in de Enkele [m'7lJ`¢`hC/l,C11Z, bl.
9 en IO,