HomeEen en ander omtrent het jongste wetsontwerp op het hooger onderwijsPagina 14

JPEG (Deze pagina), 722.72 KB

TIFF (Deze pagina), 6.84 MB

PDF (Volledig document), 20.19 MB

i
12
I belangen" en ,,oude traditien" verschuilt, omdat het ,,de
publieke opinie" niet aandurft! Waarom niet zelve dier ,,opinie"
den stoot gegeven, haar voorgegaan op den beteren weg,
haar al die vermeende ,,bezwaren" als zooveel onnoozele
molshoopen leeren beschouwen, voor welke men waarlijk {
geen omwenteling behoeft af te wachten, om er maar luchtig en
lustig overheen te stappen? Tegenover een zoo gestemde, den
nederlandschen jan Saliegeest zoo gemoedelijk stijvende regee-
p ring, kan waarlijk de leus van ,,executie" niet onwelkomheeten,
K komt zij niet bij tijds nog tot inkeer van hare dwalingen, en K
zweert zij niet voortaan, met een daadwerkelijk betoon van
ernstig berouw, zulke geestdoodende en verderfelijke begin-
selen af. Doch doorloopen Wij , na kennisneming dezer deernis-
waarde algemeene gemoedstemming van den wetsontwerper,
de verschillende schijngronden, die hij vervolgens zoekt bij te
brengen, om zich in zijn Universiteitsstelsel aan de oude ver-
brokkeling te kunnen houden, insteê van flinkweg door te
tasten, en er een krachtige eenheid voor in de plaats te stellen.
In de eerste plaats beroept men zich, met het verslag van
1868, ,,op de inrichtingen, in de Akademiesteden verrezen”,
en die men beweert, dat ,,door de opheffing harer hoogeschool
zouden gesloopt worden". Waarom? Zouden ’t gasthuis voor
ooglijders en het meterologisch-instituut te Utrecht niet in we-
zen blijven kunnen, al werd de Akademie opgeheven? en wa-
ren zij, in ’t ergste geval, niet voor verplaatsing vatbaar? De
onkosten zouden zeker minder zijn, dan te hunnen bate een
zoo kostbare inrichting, als een universiteit, in stand te willen
houden. ,,Elke hoogeschool", heet het verder, ,,heeft iets eigen-
aardigs, en vertegenwoordigt mm 0f maar, in cczzzlgrc zwzkkc/z
rz/Maus, eene richting". De stelling is met haar wm 0f meer,
cczzzgrc en rzllátzzzr, vrij onbestemd van uitdrukking, en verraadt
ons daardoor het weinige vertrouwen, dat men zelf in haar
kracht stelt. Ze is dan ook van niet de minste beteekenis.
In een volledige universiteit zou zich van zelf niet minder ver-
schil van richtingen vertegenwoordigd vinden, en de onderlinge
wrijving van deze des te vruchtdragender werkzaam zijn. ,,ICen