HomeEen en ander omtrent het jongste wetsontwerp op het hooger onderwijsPagina 11

JPEG (Deze pagina), 718.20 KB

TIFF (Deze pagina), 6.96 MB

PDF (Volledig document), 20.19 MB

i i
9
zelf, hoewel tegen alle overhelling naar de eene of andere zij l
waarschuwend‘, van dit juiste midden, dat hij aanbeveelt, af,
gelijk, bij de bespreking van ’t voorlaatste wetsontwerp, reeds
door Rutgers is opgemerktz. ,,Ik kan mij", schrijft hij toch, ,,geen
hooger onderwijs denken , dat niet, in zijn wezen en doc! beiden,
F tot grondslag heeft het beginsel van wie, zeäivimzzizgre 0m'wz'k-
kc·Zz`7zg 2/mz dm gccsi, en als middel daartoe aanwijst zrryc,
L zcïslaazdzgre sZzm’ie". Hier, men ziet het, treedt het gom! on-
miskenbaar op den voorgrond, en dringt het arme zilver ge- i
heel ter zij. Van dit standpunt gaat dan ook het thans inge- ‘
diende ontwerp uit, en geeft alle denkbeeld van den dubbelen j
standaard op. En dat is voorzeker juzlvl , en juister dan hetgeen wij
i Vissering straks zoo hoorden betitelen. Wel is in de wet zelve
,,de omschrijving van den aard van ’t hooger onderwijs niet
opgenomen", maar in de toelichtingigezegd, dat zijne ,,grenzen
op het gebied der wetenschap liggen, en ruim zijn als de hare.- j
Een hooger onderwijs geregeld met het oog op alles wat weten-
. schappelijke opleiding en vorming vordert, z07zzz’c1· tc Zeilen op
de eischen die de staat mag stellen aan hem, die een beroep of
j bedrijf, waartoe dusverre universitaire ontwikkeling onmisbaar
ë werd geacht, wenscht uit te oefenen, schijnt allesins aanbe-
velenswaardig. - Leidt hooger onderwijs uitsluitend tot de
' beoefening der wetenschap, dan mag men verwachten, dat de lj
vruchten van het hooger onderwijs, in vrije studie gerijpt, de T
maatschappij op de beste wijze te baat zullen komen". De wet
` neemt dus een hooger onderwijs aan, geheel naar de omschrij-
· ving in 1869 door Rutgers gegeven 3: ,,universitair (liever
7£7Zi'Z/E7'.YZ·f6’Z·Z‘.$`-) onderwijs strekt om op te leiden tot zelfstandige p
beoefening der wetenschap, het zij die opleiding gezocht wordt j
als voorbereiding voor een maatschappelijken werkkring, of wel
‘ ,,Men kan waarnemen, dat bijna bij allen de eene richting te rierk
op den voorgrond treedt, met zw·wmz1·!o0zi1zg der andere" (Pïv‘.v_,¢$2‘v1'«z’cC7_;‘>-
sicl/en, bl. 234). E
2 In de Bylagu op zijne uitgave van [fst 07zZwc7·]>-Gce·ï‘z‘sc211a, bl. 93.
* “ Aldaar bl. 37.
[