HomeDe school en het wetsontwerp tot regeling van de positie van vrouwelijke rijksambtenaren en onderwijzeressen bij het openbaar laPagina 9

JPEG (Deze pagina), 673.99 KB

TIFF (Deze pagina), 6.57 MB

PDF (Volledig document), 16.39 MB

_, Inleiding.
Er is door den minister Heemskerk een wetsontwerp ingediend,
dat beoogt der gehuwde onderwijzeres bij het Openbaar Lager
Onderwijs en der gehuwde Rijks-ambtenares de uitoefening van
haar ambt. van haar beroep, te beletten. Zijne Excellentie grondt
zich daarbij, blijkens de Memorie van Toelichting, op zedelijkheids­
eischen en op het belang, dat de Staat heeft bij de geboorte van
kinderen; niet, er worde wel goede nota van genomen, op ge~
_ bleken of zelfs maar veronderstelde ongeschiktheid ingevolge
huwelijk. De gevolgde redeneering is in het kort aldus saam te
vatten: eene gehuwde onderwijzeres of ambtenares zal door de
geboorte van kinderen in den regel zich bedreigd zien in hare
finantieele positie: daarom zal zij grijpen naar middelen, die haar j
een kinderloos huwelijk in uitzicht stellen: daarom moet iedere T
onderwijzeres of ambtenares, die huwt, worden gedwongen tot het
opgeven van haar ambt; heeft zij eenmaal den 45­jarigen leeftijd
bereikt, dan mag zij ambtenares en echtgenoote tegelijkertijd zijn.
, Waarop deze redeneering steunt, blijkt niet. Feiten worden niet
+ .. .
’ aangehaald; cijfers ontbreken geheel; voorbeelden worden niet
gegeven; bewijsmateriaal wordt niet aangevoerd. De minimaal
korte, in het minst niet gedocumenteerde en uiterst vage Memorie
van Toelichting (zie de bijlage) spreekt enkel en alleen van
«ethische en sociale motieven, die te bekend zijn, dan dat daar- :
«over in herhaling zou zijn te treden;>> wie ze niet kent, komt
ze dus langs dezen weg niet te weten; bovendien wordt nog eens
«in herinnering>> gebracht, dat eene tegenovergestelde gedragslijn
als het ware «uitlokt»> tot het bezigen van middelen om het
huwelijk kinderloos te doen blijven; maar eenige nadere toelich-
ting ware niet ondienstig geweest voor wie zich van dat «uitlok­
ken als het ware» maar niets in herinnering brengen kan.
Allereerst, allermeest dan ook, treft bij dit wetsontwerp de