HomeDe school en het wetsontwerp tot regeling van de positie van vrouwelijke rijksambtenaren en onderwijzeressen bij het openbaar laPagina 22

JPEG (Deze pagina), 606.82 KB

TIFF (Deze pagina), 6.56 MB

PDF (Volledig document), 16.39 MB

l
ll j
I. A
In art. 30, eerste lid wordt na het bepaalde sub litt. c de punt veranderd in
komma­punt, terwijl aan dat lid wordt toegevoegd: ,
id. aan een onderwijzeres die in het huwelijk treedt, met ingang van den
dag van haar huwelijk en wel hetzij op voordracht van burgemeester en wet- .
houders, hetzij van den districts­ of arrondissements­schoolopziener, naar de
onderscheiding onder b en 0 van dit artikel gemaakt." V
11.
Art. 30, tweede lid, wordt gelezen: yln de gevallen onder b en c van het
eerste lid van dit artikel bedoeld, kan het ontslag niet­eervol worden verleend."
III. I
Achter art. 30 wordt ingevoegd een nieuw art. 30bis van den volgenden inhoud: ”l
,,De regel, gesteld in art. 30, eerste lid sub d, lijdt uitzondering: '
a. wanneer de onderwijzeres den vijf en veertigjarigen leeftijd heeft vervuld;
b. wanneer dit door den gemeenteraad, onder Onze goedkeuring, uit hoofde
van de omstandigheid dat een onderwijzeres van bijstand minder dan 10 uren
per week onderwijs heeft te geven, wordt bepaald."
IV.
Aan art. 43 wordt een zesde lid toegevoegd van den volgenden inhoud:
«Aan de onderwijzeressen die, met toepassing van art. 30, eerste lid d, zijn
ontslagen, worden, indien zij geen recht op pensioen kunnen doen gelden, de "
betaalde bijdragen voor pensioen teruggegeven".
ARTJKEL 4.
Deze wet treedt in werking op den dag hare1· afkondiging. Zij behoeft niet
te worden toegepast ten aanzien van in dienst zijnde ambtenaressen of onder-
wijzeresscn, die binnen drie maanden na haar inwerkingtreden een huwelijk
aangaan.
Lasten en bevelen, dat deze in liet Staatsblad zal worden geplaatst, en dat
E alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie
zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden. ­
, De Minister van Binnenlandsche Zaken,