HomeDe school en het wetsontwerp tot regeling van de positie van vrouwelijke rijksambtenaren en onderwijzeressen bij het openbaar laPagina 20

JPEG (Deze pagina), 862.69 KB

TIFF (Deze pagina), 6.55 MB

PDF (Volledig document), 16.39 MB

18 j
l
passementwerker, kleeder­, schoen- en zeilenmaker, in later jaren j
voor zijn levensonderhoud zal arbeiden met de naald. Reeds nu is j
de plaatsing van het handwerkonderwijs voor de meisjes op het ‘
leerplan der gemengde school een onoplosbaar vraagstuk, dat men l
ontwijkt, maar niet oplost, door de algemeen gebruikelijke ver- ‘
plaatsing van dit onderwijs buiten de eigenlijke schooltijden, tot f
nadeel èn van de leerlingen, èn van de onderwijzeressen, èn van
de praktijk van het onderwijs zelf. Het is hier niet de plaats om L
dit nader uit één te zetten; maar wel is het hier de plaats om er W
met nadruk op te wijzen, dat door die inlassching onder verkap-
ten vorm van vakonderwijs voor de meisjes op het leerplan der -
Lagere School, de eenheid van het onderwijs wordt verbroken en N
de gezonde toepassing van het stelsel van co­educatie, - dat ten V
onzent toch al in zoo menig opzicht meer schijn dan wezen is, -
er aanzienlijk door wordt bemoeilijkt. Wordt, tengevolge van de aan- ,
neming van het wetsontwerp, het huwelijk meer nog dan vroeger »
het einddoel, waarmede men bij het onderwijs der meisjes rekening G
meent te moeten houden, dan zal men behalve de nuttige hand-
werken ook nog koken en huisbedrijf op het leerplan willen plaatsen. ,,
De moeilijkheden, die de plaatsing van het handwerkonderwijs op i S
het leerplan reeds nu medebrengt, zullen dan worden verdrievoudigd;
geliefhebber zal er door worden bevorderd, in plaats van dege­ ,
lijke vakkennis; de aansluiting bij voortgezet onderwijs zal er voor
de meisjes door worden bemoeilijkt.
De eenheid bij het onderwijs in de klassen dergemevzgde school,
bij het Openbaar Lager Onderwijs regel, zal derhalve onder pressie
dezer eventueel aangenomen Wet op onheelbare wijze worden ver-
broken, wanneer het meisje reeds als kind zich hare toekomst zoo 7
anders leert denken dan haar broeder, in zoo geheel andere ver- z
houding dan hij wordt geplaatst ten opzichte van de aansluiting
bij voortgezet onderwijs, bij herhalingsonderwijs, bij vakonderwijs.
Maar als zij ten slotte niet trouwt, dan wel, ofschoon getrouwd,
door de harde noodzakelijkheid toch tot loonarbeid wordt ge-
dwongen, dan zal zij, onvoldoende opgeleid en beperkt in hare
gelegenheid tot arbeiden, genoegen moeten nemen met laag loon
en min gunstige arbeidsvoorwaarden i11 de zoogenaamde «vrije»
l beroepen en daar bovendien door haren grooten toevloed den
loonstandaard nog doen dalen, --­ zeker ook niet in het belang
i van den man, van het gezin, van de maatschappij in haar geheel.
l
`