HomeDe school en het wetsontwerp tot regeling van de positie van vrouwelijke rijksambtenaren en onderwijzeressen bij het openbaar laPagina 19

JPEG (Deze pagina), 831.69 KB

TIFF (Deze pagina), 6.68 MB

PDF (Volledig document), 16.39 MB

I7
lnnn herwinnen bij de opleiding onzer meisjes; dan zal men voor haar
1n§» weder kariger worden aan kapitaaluitleg in leertijd en in geld;
Hêlï onbewust zal dan het meisje weder worden gedrukt in hare be­
êèü langstelling in een deel van het onderwijs, dat immers toch onnut
1§J‘ë is, als zij trouwt, naar zij in hare waanwijsheid meent; dan zullen
ïïêlï vele goede elementen niet meer worden gevormd tot bruikbare
len leerkrachten en zal de school in de toekomst een deel harer
11et beste onderwijskrachten moeten derven.
{el, De verplichtstelling van het celibaat voor eene overgroote
oel meerderheid van ambten en betrekkingen zal bij plannen voor de
aze opleiding van het meisje het huwelijk als levensdoel weder op min
dze wenschelijke wijze naar voren schuiven, en dit zal ook ten gevolge
_ hebben, dat men op het leerplan der Lagere School voor de
SJC meisjes eene onevenredig groote plaats zal willen inruimen aan
t·>> de zoogenaamde specifiek vrouwelijke vakken: koken, huishouden,
van nuttige handwerken. Maar, dank aan veler onvermoeid streven, zijn
ën, die vaardigheden thans algemeen erkend als vak/eevz, die zoo goed
nd als ieder ander vak systematisch moeten worden aangeleerd en
dn beoefend. Onder de denkbeelden, die in de laatste jaren bij ons
nr vrouwen diep hebben post gevat, is zeker een der voornaamste,
lg dat om iets g0ea’ te kunnen doen, de vrouw zoowel als de man
ën het eerst moet hebben geleerd. De tijd, waarin men meende, dat
ën het koken, het huishouden, het naaldwerk dingen waren, die iedere
vrouw met een gezond verstand en met vlugge vingers al doende
)<ë wel van zelf leerde, ligt thans gelukkig voor goed achter ons.
ëlï Hier en daar in de gezinnen moge men nog dit verouderd stand-
91 punt innemen, er zich aan vastklampen bijna; in het algemeen
genomen heeft de vrouw wel anders leeren oordeelen en weet zij
IS thans, dat zij, zoo min als de man, zich ongestraft o11ttrekt aan
n' den onverbiddelijken eisch van voorbereiding en stelselmatige
n opleiding tot iedere taak, die zij op zich neemt.
H De opleiding tot een bepaald va/ë behoort echter met tot de taak
B van het Openbaar Lager Onderwijs. Zijn koken, huisbedrijf, naald­‘
*‘ werk inderdaad vak/Een, dan is voor het onderwijs daarin ook
n geene plaats op het leerplan der Openbare Lagere School; dan
‘ behooren de nuttige handwerken, in de Wet nu eenmaal met
1 name genoemd, daar ook alleen tehuis in zoo verre als zij alge-
I meen vormend zijn, dus enkel beperkt tot oefening van oog en
T hand, ontdaan van alles wat het karakter van vakonderwijs draagt;
‘ en ill dien vorm niet van meer aanbelang voor het meisje dan
ï voor den jongen, die immers zoo vaak als boekbinder, behanger,