HomeDe school en het wetsontwerp tot regeling van de positie van vrouwelijke rijksambtenaren en onderwijzeressen bij het openbaar laPagina 13

JPEG (Deze pagina), 795.10 KB

TIFF (Deze pagina), 6.57 MB

PDF (Volledig document), 16.39 MB

II
reeds vroegtijdig op voor de school; en de moeder weet trouwens
maar al te goed, dat bij de hooge eischen, die tegenwoordig aan
opleiding en onderwijs worden gesteld, zij zelve enkel nog maar
in uitzonderingsgevallen de onderwijzeres van haar kind kan zijn.
De strijd om het bestaan drijft het nogjonge kind naar werkplaats
en fabriek, in bevoorrechte omstandigheden eerst nog 11aar het voort-
gezet onderwijs, naar de vakschool. Men kan de moeder met dwang
van Wet wel binden aan haar huis, maar het kind blijft er niet binnen.
En nadat hare kinderen hare aanhoudende zorg niet meer behoeven,
kan voor de vrouw nog aanbreken eene lange periode van rijk
en krachtig leven. Eene Elizabeth Fry, de moeder van een groot
gezin, is haar gevangeniswerk eerst óegomzevz, nadat hare dochters
volwassen waren; eene josephine Butler heeft haren grooten
internationalen strijd voor éénheid van zedewet eerst amzwzamz’,
nadat hare zonen jonge mannen waren geworden. De zorg voor
haar kind kan een vrouwenleven niet vullen in de lengte en in
de breedte. Het wordt wel veelal als een axioma aangenomen;
maar wie de werkelijkheid kent, weet ook, hoe onvoldaanheid en
- leegte, trots het moederschap, zich kunnen doen gelden.
Nog minder dan de zorg voor haar kind, kan de zorg voor haar
huishouden het leven der vrouw geheel in beslag nemen. Aller-
minst kan het dit doen in den kring der economisch minder sterken.
Het huisbestier moet daar noodgedrongen tot een minimum wor-
den beperkt. De oplossing van het dienstbodenvraagstuk, van het
woningvraagstuk schijnt meer en meer te moeten worden gezocht
in de richting van verplaatsing van het huisbedrijf buiten het gezin.
De massa productie der groot-industrie levert zoo velerlei tot lager
ri prijs en in beter conditie dan hetindividueel op bekrompen schaal
gedreven huisbedrijf dit kan dOCH.'M€11 bedenke daarbij wel, dat
eene comfortabele, op breeden voet, in ruime woning met flink
personeel gedreven huishouding heel iets anders is dan een huis-
bestier met kleine middelen, met onvoldoende hulp, binnen enge
ruimte, wanneer arbeid, tijd en geld zoo productief mogelijk moe-
ten worden gemaakt.
Maar de bepaling der plaats van de moeder, van de huisvrouw,
binnen het gezin, zoo zij dan al voorwerp van Staatszorg moge
zijn, valt toch zeker buiten het kader der bemoeiingen van de
Nuts-Commissie voor Onderwijs. Deze heeft slechts na te speuren
de vermoedelijke uitwerking der Wet z`7z de Sc/wol. i